Blog

  • Moderne tieden

    Moderne tieden

    Mijn ouders zijn bijna 90, ja ja ik kom uit een sterk geslacht. Oma werd 102 en zij en mijn opa maakten revoluties mee. Van karresporen in het zandpad tot een vliegtocht met helikopter over hun dorp, waar de hele goegemeente was uitgelopen om te zwaaien naar de avontuurlijke oudjes, een spandoek van een laken op de grond uitgestrekt met “Oudehaske groet u”.

    Oudehaske groet U

    Ook voor mijn oudjes zijn er aardverschuivingen in hun leven, van brieven en telefoon, naar digitaal verkeer als email, internetbankieren, whatsapp en videocalls. Het vraagt nogal wat aanpassingsvermogen en flexibiliteit terwijl de misverstanden niet van de lucht zijn.

    Net als mijn nichten, meestal zijn dit de vrouwelijke oudsten van onze generatie, fungeer ik vaak als intermediair. Mijn ouders zijn gezegend met een groot netwerk aan familie en vrienden, die op natuurlijke wijze, door de tijd heen, uitdunde. Ruzie komt in hun vocabulaire niet voor, je accepteert elkaar met alle gekkigheden en goeie gedrag en je maakt er het beste van, zo tellen hun waarden en normen. Voor veel mensen van hun generatie gaat dat ook op voor het huwelijk, je blijft bij elkaar tot de dood je scheidt. Gelukkig zijn mijn ouders hun hele leven samen blij en liefdevol geweest met en voor elkaar. Zij zijn daarmee een warm voorbeeld voor hun kleinkinderen, die veelal wat anders mee maakten met hun scheidende ouders (ik beken).

    Wij appen rond

    Een vriendin van hen is stokdoof, telefoneren lukt beslist niet en zij is daardoor de kunst van het whatsappen meesterlijk eigen. Als zij appt verwacht zij van mijn ouders eigenlijk per ommegaande antwoord. Mijn moeder is een digibeet en laat die kunst aan mijn vader, die echter dit niet met 2 vingers in de neus doet. De eerste app die hij mij ooit stuurde, ging met stipjes tussen elke letter, ik zag het puntje van zijn tong er bij wijze van spreken bij. Inmiddels is hij vaardiger geworden, hij bestelt bij Appie de boodschappen online en telebankiert, maar als communicatiemiddel is het appen bijzaak gebleven. Een video aanklikken is niet vanzelfsprekend en ook voor een video-call moet je eerst een telefonische afspraak maken. Maar dan blijkt het wel een fantastisch medium, waarbij alle kleinkinderen in beeld, gesproken kunnen worden.

    Chat-room

    De dove vriendin appt mij regelmatig met de vraag of ik mijn ouders wil bellen en zeggen dat zij een app van haar hebben gekregen. Gisteren vroeg zij zich af of er iets met de wifi was of dat mijn vader vergeetachtig wordt, want de app van vorige week werd niet beantwoord. Mijn vader, gewaarschuwd door mij, heeft de mobiel doorgespit maar hij kon haar appje niet traceren. Vriendin whatsappt mij pal na dat spitten en zegt dat mijn moeder haar heeft geprobeerd te skypen….Wat een geluk dat het hier niet om schaken gaat.

    Ik weet subiet dat dat onmogelijk is en dus een vergissing. Mijn moeder en techniek, dat is vuur en water. Mijn vader zegt dat hij 4 maal een chatje van haar heeft gehad maar geen appje… Ik spreek met mijn heit af dat hij haar zal appen met antwoord op de vraag of ze morgenmiddag komen koffiedrinken. Of ze tijd hebben is nog onduidelijk, want mijn moeder reciteert alle afspraken van de komende week en die van de beoogde koffiedate zit daar vooralsnog niet tussen.

    Ik kan de vriendin in ieder geval melden dat mijn vader haar zal appen hierover en als die app binnen is, dat duidelijk is dat zijn wifi het doet. Zoveel is in ieder geval helder. Waar is de good old postduif?

    Stijn 25 januari 2022

  • Hondenweer voordat

    Hondenweer voordat

    Eigenlijk ben ik een kattenmens maar ik hou van alle dieren. En ben van honden gaan houden. Niet om te hebben maar om te lenen. Suikertante spelen, wel de lusten, niet de lasten. Eerst had ik grote Max en nu heb ik wekelijks Kaya. Net als met kinderen is de eerste je proefkonijn en maakt deze je tot baas. Na het hemelen van Max wenste ik me een ranke opvolger die als een hinde bij mij de trappen op en af zou zoeven. Dat lukt mijn Kaya perfect! 

    Mijn leenhond voorziet mij van natuurwandelingen, ik voel mij samen met een viervoeter mans genoeg in eenzaam woud en berg en dal. Lekker geen tekst maar alleen de natuur. Dat was het plan, maar wat blijkt in de praktijk? Ik maak afspraken met andere duo’s, zo ook met Dagoe en zijn akela. Elke week in Noorddijk, liefst vaste prik. Honden houden van duidelijkheid en regelmaat. Vooral Dagoe wordt onrustig als we van de norm afwijken. Bij de ontmoeting weten de honden dat ze van de andere baas een snoepje krijgen en datzelfde ritueel geldt ook voor het afscheid.

    Is dat een reu?

    Er is een wereld voor me open gegaan. Gisteren op Noorddijk kwamen we een oudere dame in rolstoel tegen. Fors in haar geautomatiseerde zetel nam zij het hele pad in beslag en haar hond aangelijnd, liep in het gras. Ons roedeltje in aantocht had de vrije loop. Met uitpuilende ogen en verschrikte stem riep ze ons : ‘Zit daar een reu bij?’ Uuuh ja… Dagoe is een joekel van dat kaliber, een kruising tussen herder en rottweiler met het hart van een hertje. ‘Want hij pakt hem hoor’, ging de stem van de angst door. Hij was een muisgrijze gespierde Pitbull met fameuze kaken. Moordwapen in de handen van een overduidelijke nitwit. Deze vrouw weet je meteen in dat niet nozele land. Ja ja ik weet het, de honden kunnen er niks aan doen, van nature zijn ze heeeel lief. Ieder wezen is dat in den dop, daar ben ik van overtuigd. Het is de omgeving die de boel verstiert. We passeren zonder kleerscheuren, het lot is ons gunstig gezind, maar zal de volgende reu, toch 50 procent kans, ditzelfde gelukkie kennen?

    Op dezelfde wandeling horen we even later kabaal en wederom gaan mijn nekharen overeind. 2 mannen met reuzen van honden midden in de bosjes, in het kreupelhout waar je normaliter niet in gaat. Even later nog zo’n tafereel. Wat is dat? Een stiekeme wedstrijd waarin kemphanen van mannen hun viervoetende slaven inzetten? Je moet wat in Cornonatijd als stoere bodybuilder met opgefokt testeron en sportscholen in lockdown? 

    Autonoom en Feminien

    Dat heb je niet met katten, die autonomie en verfijnde vrouwelijkheid uitstralen, ik weet weer waarom ik zo van ze houd. Mijn Kaya komt uit het midden oosten, geïmporteerd uit Roemenië heeft zij zich symbiotisch gedrag aangeleerd en red ze het overal. Ze voelt waar de gaten in de energie zitten en dicht ze naadloos. Ze staat haar mannetje als het moet en is voor de duvel niet bang. Alleen voor mannen met donkere stemmen kan ze schrikken, daarin verraadt zich negatieve ervaring. Ze heeft een aandoenlijk scheef bekkie en voor mij is het duidelijk wie dat op zijn kerfstok heeft.

    We groeien toe naar een feminiene wereld, dat is logisch zegt Wouter, de man waarmee ik momenteel in een joint venture werk aan projecten in de samenleving. Woongemeenschappen waarin jong en oud elkaar vruchtbaar steunen. Ooit begon ik mijn carrière als opbouwwerker en was ik een stoer bange poepertje. Nu als gerijpte zestiger, roept dat veld mij opnieuw. Het is voorspeld dat dit de eeuw wordt waarin het vrouwelijke zich verheft, verkondigt hij. Vrouwen zijn hierin verder, zo gaat zijn filosofie, en daarom dient hun kracht te worden ondersteund. Ik voel mij als een vis in het water en geniet van mijn grijze haren waartussen de wilde nog weelderig pieken. Ik geniet van het plaatsen van stenen in rivieren en te weten dat beddingen zich verleggen.

    30-12-2021

  • Schotanus

    Schotanus

    ‘Met Linda Schotanus van Feenstra verwarming’ opent de dame vriendelijk het telefoongesprek. Aha vervolg ik, ‘Hier met Stijn Schotanus’. Leuk een familielid! Uiteindelijk zou dat kunnen lacht ze, ik ken geen Stijn. Ze blijkt vrijwel niets te weten van onze stam, ik weet dat wij allen familie zijn. Dus ik vertel haar dat er ooit in de middeleeuwen rond 1300 een man in Zuidwest Friesland leefde met 3 zonen, die wilden studeren. En dan moest je voor de inschrijving aan de universiteit een achternaam hebben, anders ging dat niet. En zo werd de naam Schotanus geboren. En vertel ik verder, deze 3 zonen stichtten later allen hun eigen clan, eentje rond Sneek, eentje in Bolsward en eentje in Franeker. Die laatste tak werd in de adel verheven nadat een van de telgen een fameuze atlas maakte, en zo kreeg die tak ook nog à Sterringa erachter. Helaas hoort mijn familie tot de armere Sneker tak vertel ik haar.

    Niet zo nozel

    We hebben het ook nog even over sommige plagerijtjes van de niet nozelen die het achtereind van onze naam op de hak nemen. Mijn generatie wist tijdens de schoolbanken nog niet van de betekenis maar de jeugd is wijzer geworden en mijn nichtje heeft er wel es last van gehad. We mogen echter trots zijn op deze oude naam en ons verheffen boven de onnozele grappen. Net als Knotnerus die status in Groningen heeft, is Schotanus een statement in Friesland. Linda is in Amsterdam geboren maar heeft veel familie in het noorden. Nu we toch bezig zijn vraagt ze of ik de betekenis van de naam Schotanus ken. En ik vertel haar over de regio Schoterland. Oorspronkelijk heette de belangrijkste plaats Schoot en je vind het nu terug in de plaatsnaam Oude Schoot, op z’n Frysk: Aldskoat.

    Latijns uiteinde

    Vóór 1800 had men nog geen erfelijke familienaam. Meestal volstond men met een voornaam gevolgd door een patroniem (vadersnaam). Waren er meer mensen met dezelfde naam, dan werd een bijnaam toegevoegd. Baernd was de zoon van Gabbe, dus luidde zijn naam Baernd Gabbes. Hij woonde in Oudeschoot, toen nog Schoot genoemd. Daarom werd hij ook wel Baernd Gabbes van Schoot genoemd. Zijn zoons Gabbe, Hendrik en Jelle gingen na het volgen van de Latijnse school studeren aan een universiteit waar de voertaal Latijn was. Daar verlatijnsten zij hun namen tot Jacobus, Henricus en Gellius. Omdat zij afkomstig waren uit Schoot, kregen zij de bijnaam ‘Schotanus’ toebedeeld, hetgeen ‘afkomstig uit Schoot’ betekent. Doordat zij deze bijnaam doorgaven aan hun nazaten werd deze bijnaam uiteindelijk – onder invloed van de toenmalige wetgeving – een erfelijke familienaam.

    Het getal 10

    Wow wat een leuk gesprek zegt Linda. En ze vervolgt de intake van mij voor het abonnement op het ketelonderhoud. No 10? ook toevallig zegt ze, ik krijg alleen maar mensen vandaag die op dit nummer wonen. Deze voorzet kan een beetje numeroloog niet aan zich voorbij laten gaan. En ik vertel van mijn expertise en dat 10 staat voor nieuwe initiatieven in en voor de samenleving en een bizzy energie heeft. Ik wijd voor haar niet verder uit, zij is on-the-job immers, maar voor jou als lezer wil ik nog even onderstrepen dat die 10 hier echt huist. Ik woon nu al 15 jaren op deze stee en het is een komen en gaan geweest van nieuwe ideeën aan mijn keukentafel, op mijn benedenverdieping en nu in mijn vide. Linda is flubbergasted en helemaal als zij mijn mailadres verneemt, waaruit mijn schrijverij blijkt. Bent u ook schrijver vraagt ze? Ze gaat zeker kijken en ik ben benieuwd of ze dit stukje leest!

    Amsterdammers en mobiele Friezen

    Omdat Linda uit Amsterdam komt, is het leuk om de lijntjes tussen Amsterdam en Friesland te benadrukken. Friezen en Amsterdammers kunnen over het algemeen goed samen, weet ik. De puurheid van de Fries en de humor van de hoofdstedeling passen blijkbaar. Laat onverlet dat er overal kaf is tussen het koren. Ik ken ook de Friezen die diepgevroren hun eigen roots te trots verheffen. Wie nog nooit verkast is naar elders, kan niet relativeren naar mijn beleving. Gelukkig vertreden de meeste Friezen graag, je blijkt ze overal in de wereld tegen te komen. Het zijn als nazaten van Grutte Pyr, echte avonturiers, het grote water is hen vertrouwd. Handelsgeest en moed gaan in dat kielzog mee.

    Groningen is het Berlijn van het noorden

    En daar zit ik dan aan de westkant, dus de goede kant van Groningen, ik kan mijn roots ruiken maar ben een echte stadjer geworden. Groningen is het Berlijn van het noorden is mijn stelling. Het is een uniek gebied en is vrij van de regio, maar wel gekleurd door de goede noordelijke mentaliteit. Je hebt er alles aan stedelijke cultuur, prachtige architectuur en een heerlijke gezellige autoluwe binnenstad. Ik ben een Berli…uh noordeling!

    ‘Verkocht’ zeg ik tegen Linda als zij de voorwaarden benoemd waaronder het contract wordt geleverd. Haha lacht ze, ik wist niet dat ik iets aan het verkopen was. Kijk dat is dan wederom het mooie van Feenstra, een oud gerenommeerd bedrijf met roots uit Friesland, dat lang genoeg bestaat om gewoon te kunnen blijven. Geen gelikte verkooppraatjes maar nog wel de tijd nemen voor een leuk gesprek, doet de Amsterdamse Schotanus de cultuur eer aan. Ik zit er warmpjes bij deze winter!

    NB omwille van haar privacy is de voornaam Linda verzonnen

  • Amandelen knippen

    Amandelen knippen

    Het komt vast door de toegenomen belangstelling voor de zorg en de ziekenhuizen door dat K-virus, don’t mention its name. Maar ineens komt het gesprek op vroegah, toen het leven nog meer maakbaar leek als nu. En masse werd mijn generatie op kleuterleeftijd opgenomen voor het preventief verwijderen van de amandelen. Die dingen hadden geen nut dacht men en die kon je beter alvast weg knippen, voordat ze gingen ontsteken en de kinderen er ziek van werden. Inmiddels weten we dat moeder natuur hier toch echt een bedoeling mee had en dat het poortwachters zijn juist ter voorkoming van infecties.

    Ziekenhuis vol kindjes

    In die tijd ging Ellen, mijn vriendin van toen 5, die nergens last van had, samen met haar broertje van 3 onder zeil. Dan was dat mooi in 1 ruk geregeld en konden ze samen, ik schat in op een kermisbedje in de woonkamer, ziek zijn. Zodat moeder haar handen gauw weer vrij had voor serieuzer werk in het huishouden. Opgeruimd staat netjes, lekker efficiënt. Zij heeft vrijwel dezelfde heldere herinneringen aan dat akkefietje, als ik. Zalen gevuld met rijen ledikantjes gevuld met ukken van 3 tot 6 jaar. Geen voeteneind maar alleen hoofdeinden, 2 kleintjes per bedje. En op 1 zijkant van de zaal waren stapelbedden vol met oudere kinderen die zieker werden van de kleine ingreep. De filosofie luide, hoe jonger het kind, des te minder last.

    Blubblub

    Ergens was bij mij vastgezet dat ik dus met mijn 4 lentes, bofte en niet zo ziek zou worden als de groters. Ik herinner me het huilen van sommige kinderen, ik gaf geen krimp want opgevoed met ‘flink zijn’. Mijn vriendin herinnerde zich dat zij zich niet kon verroeren en dat zij in de verte achter glas haar ouders zag staan kijken, als ware zij in een aquarium. Blubblub…Heel vervreemdend allemaal, hoewel dat woord ons toen nog niets zei.

    Chocoprins

    Ik herinner me dat ik naar de operatiekamer werd gebracht door een lieve verpleegster en dat er een groot mens met armen en grote handen mij in de operatiestoel liet klimmen. Ik kreeg een zwarte rubberen mondkap op en ik moest diep ademhalen. Bij de derde keer ging ik onder zeil en zag witte engelen om mij heen dansen, ik verkeerde in memorabele gelukzalige sferen. Erna werd ik wreed wakker in het lawaai van die grote zaal gevuld met een meute aan geknipte kinderen. Op enig moment kwam er een zuster bij mij en vertelde me dat mijn ouders er waren om me op te halen.

    Dat voelde heel speciaal, weet ik nog. Ze vroeg me: ‘Wil je zelf lopen of zal ik je dragen? Ik aarzelde tussen groot zijn of lekker klein en ik koos voor het laatste. ‘Dragen’ zei ik zachtjes en ergens voelde ik me schuldig, alsof ik saboteerde…ik kon toch heus wel selluf? Maar ik vond het heerlijk op de arm van die lieve verpleegster en liet me dragen en daarna ging ik mee naar huis. De rest ben ik vergeten. Mijn vriendin herinnerde zich dat ze thuis iets lekkers mocht kiezen. Ze mocht ijs, lekker verkoelend voor haar gekortwiekte keeltje. Maar ze koos voor een Chocoprins, die vindt ze nog steeds weergaloos.

    Weinig tekst

    Dat je denkt dat je iets lekkers moet verdienen, zit er diep in geheid. Met diezelfde vriendin maakte ik dat onlangs mee toen we een uitstapje naar Vlieland maakten. Beiden zijn we geen early risers, wist je dat bewezen is dat avondmensen intelligenter zijn? Wij wilden de hele dag meepikken en kozen daarom tegen onze natuur in, verstandig voor de ochtendboot van negen uur. Dat betekende dat ik stipt om 6.30 uur met mijn gele jongen voorreed om haar op te pikken. Wij zoefden op maagdelijke wegen naar Harlingen, parkeerden op het parkeerterrein, kochten een parkeerkaart en roetsten met onze koffers op wieltjes takketakketakke de weg naar de boot. Blik op oneindig, verstand op zero, hier moest een klus geklaard! Weinig tot geen tekst naar elkaar, gelukkig verstaan wij elkaar ook bij nachtelijk ontij, zonder woorden. Het Friese spreekwoord “Foar de kofje net eamelje” (niet zeuren voordat je koffie hebt gehad) is zowel op mijn als op het Brabantse lijf van Ellen geschreven.

    Appelgebak!

    Missie geslaagd, geen enkele tegenslag en daar zaten we veel te vroeg, al om 8 uur op het terras van de kade. ‘Koffie met appelgebak’ bestelde ik resoluut en Ellen was solidair. De bestelling arriveerde en ik keek versuft naar het te nuttigen duo. Wat? Appelgebak om 8 uur s’ochtends?? De slappe gierende lach die volgde, luide een heerlijk weekend in.

  • Hospita droomt 44 x

    Hospita droomt 44 x

    Mijn benedenverdieping is bezet door studenten. Ik woon in een smal hoog rijtjeshuis aan de westkant van de stad Groningen en de bovenste 2 verdiepingen zijn mijn domein. De mooie tuinkamer wordt bewoond door een mooie Bonairiaanse, ik hou van haar levenslust. Die kamer heeft inmiddels al menig student af doen zwaaien met diploma, varierend van diverse rechtenbullen, bedrijfskundig master tot aan de onderhavige modemaakster.

    Tussen mijn B&B avontuur, voortijdig aan de wilgen gehangen vanwege teveel Corona-rompslomp en de huidige student, was er nog even een vrouw in scheiding, maar die zwaarte wil ik niet weer in mijn huis. Jonge energie laat ik graag van beneden naar boven borrelen, die en mijn trappen houden mij lichtvoetig jong.

    Vrijheid is mijn grootste goed

    En dan hebben we nu het probleem van teveel studenten en te weinig huisvesting in Groningen. Boter op het hoofd van de lokale overheid en de onderwijsinstelling, als je het mij vraagt. Via via werd mij gevraagd of ik plek wist voor een student die een master Farmacie deed en elke dag vanuit een voorstad van Utrecht op en neer ging, want geen kamer te krijgen. Niet te doen natuurlijk 4.5 uur met het openbaar vervoer per dag, met mondkap als extra handicap.

    Lang verhaal kort, het jong draagt dezelfde naam als wijlen mijn rode kater, ik kon geen nee zeggen. Hij zit voorlopig in het voorhuis beneden, verre van riant hoor, afgezien van de grootste maat Auping die daar de kamer vult. Van hem hoorde ik dat het voor internationale studenten helemaal moeilijk is om een kamer te vinden, zij worden gediscrimineerd en dat snap ik niet. Ik heb juist veel plezier gehad van de sjeu uit andere landen. Het vooroordeel over jongens die smeerkezen zijn, kan ik echter wel volkomen onderstrepen.

    Mijn eerste blijft mijn hartendief

    De eerste maakte de meeste indruk, voor haar blijf ik altijd een zwak houden. Het is een dame van begin 30 inmiddels met een dochter, gescheiden en ze woont nu in Denemarken. Ik ben op kraamvisite geweest. Zij is dochter van een traditionele Iraanse gelovige moslima en een Spaanse vader. In Spanje gestart met haar studie rechten trok zij met haar moeder noordwaarts naar Luik. En daar was het vreselijk, dat weet iedereen. Daarom zocht zij het nog hogerop en vervolgde haar studie in het goed aangeschreven Groningen.

    Ze was dol op de stad, nog steeds en ik begrijp dat goed. Het is momenteel helemaal hot zelfs, om hier te studeren, leuker dan Amsterdam, Utrecht en vanzelfsprekend Rotjeknor. Mijn eersteling at regelmatig een hapje met mij mee en we filosofeerden diepzinnig over het leven. Ze vertrouwde mij veel toe. Zo werd zij mijn hartendief, snap je? Later werd ik wat zakelijker naar haar opvolgers, dat kwam van beide kanten overigens. Ze is blijven steken op haar noordwaartse spoor in Denemarken. Dat blijft ook zo omdat de Deense wet haar en haar dochter niet het land uit laten gaan, de wet beschermt de vader in zijn ouderlijke recht. Die Denen, ze doen eigenzinnig goede dingen. Ruilen tegen Rutte, kan dat?

    Ruilen? Rutte naar noord, ik naar zuid

    Het is nimmer mijn ambitie geweest om hospita te worden, zeker niet voor de hele groundfloor. Maar het bloed kruipt in ieder geval tijdelijk, waar het gaan wil. En ondertussen sudder ik over de toekomst. Mijn droom is om met meer huishoudens van gevarieerde pluimage te wonen, voor mij niet alleen ouwe knarren! En dan ter keuze samen doen wat leuk is, met eigen privacy als basis. Samen een gemeenschap vormen met liefdevolle verantwoordelijkheid voor elkaar en het makkelijk in laten vliegen van zorg en zo. Ouderen en jongeren die elkaar helpen met wat ze aan krachten hebben.

    En ik droom van 44 eenheden, ik zie kantelen op iedere hoek met een leeuw er bovenop, een numeroloog heeft zo haar voorkeuren. Ik ben in gesprek met professionals die hier handen en voeten aan kunnen en willen geven, hoe fraai is dat! Over 3 jaar zou ik graag een klein appartementje hebben aan de rand van mijn geliefde Grunn en dat dan regelmatig verruilen voor een overwintering in Zuid Europa. Kun je dit ook snappen?

    Dromerige groet,

    Stijn

  • Hot shot op Bonaire

    Hot shot op Bonaire

    Ik ben vrienden-op-gepaste-afstand geworden met Gloria, de kleine zwarte panterpoes, zij vlijt zich aan het voeteneind van mijn veldbed. Doe mij maar een vleugje mystiek, zodat er wat te raden valt. Ik ben nu ruim een week op Bonaire, het Nederlandse overzeese deel waar onze geschiedenis nauw mee is vervlochten. Toeval of niet maar op mijn benedenverdieping in Groningen, woont een studente van Bonaire en ik versta haar glimlach steeds beter.

    Apathie en Actie

    Dit land is extreem en ik dein op die heftigheid mee. Ik heb dagen van apathie en dagen van actie. Gisteren heb ik de zuidelijke laars van de Bounty verkend, ik krijg straks een vriendin op bezoek en moet toch een beetje de gids uithangen, mijn week voorsprong bewijzen. Wow ineens kreeg het eiland karakter! ik zakte met mijn gammele Suzuki Alto de kustlijn af en kwam langs mondain Kralendijk. Het ene jacht na het andere ter rechterzijde met terrassen aan het water waar ik meteen hossende Hollanders met coctails en parassolletjes erin en gewoon ordinaire meters bier, bij de ondergaande zon zag. Het was lunchtijd en er werd volop weelde geboden aan de linkerzijde van de boulevard. Maar als je dan verder afzakt, ik stopte even voor een verfrissende duik bij de rustgevende mangrovebomen met schaduw waar enkele Hollanders met koelbox op eigen strandstoelen relaxten en een grote autochtone familie een kampement met hangmatten had opgezet, wat zag dat er gezellig uit. Stiekem maakte ik deze foto. Het deed me sterk aan Portugal denken, waar families ook de natuur in trekken en met elkaar eten en samenzijn.

    Bonaire is een bouwput

    Ik zakte de kustlijn verder af, kwam langs grote ressorts, sommige klaar en andere volop in aanbouw. Bonaire is her en der echt een bouwput, sinds enkele jaren komen er steeds meer Hollanders, hoorde ik. Ik liet ze achter me en het werd steeds rustiger, de natuur nam het over van de commercie alsof God het heft hier weer van de spielerij van mensen terugnam. Woeste golven in een blauwe zee met bruisende spierwitte koppen, de branding is hier magisch mooi onder in Bonaire. Ter linkerzijde zijn er de zoutwaterbassins en de roze flamingo’s waden er hun kostje. Ter rechterzijde zijn er de bouwsels van koraalstenen en andere gevonden voorwerpen, een mens moet markeren dat hij hier eens was kennelijk. Zoals je de Mount Everest beklimt en daar een paal slaat met je inscripties.

    Zout in de wonden

    En dan sta ik oog in oog met een schrijnende herinnering uit het verleden, de witte slavenhuisjes waar tot 1863 tot wel 6 slaven overnachten tussen hun dagelijkse zware arbeid in op de zoutmijnen. Menigeen werd blind vanwege het weerkaatsende schelle zonlicht in de zoutkristallen en nog veel meer onvergetelijks en onmenselijks. De huisjes markeren een tijd waar we nooit blind voor mogen worden. Het leed en onrecht zit in de aarde zoals het in de grond van de veenkoloniën in Oost Groningen en Drenthe zit en ook in de mijnen van Limburg. Als daders en slachtoffers hun verantwoordelijkheid nemen en elkaar aan kunnen kijken in al hun klein en groot, pas dan komt er ruimte voor volwassenheid en worden we vrij. De laatsten zullen de eersten zijn. Daar gaat nog heel wat water door de oceaan langs de Carribean en door de Rijn. En daar dan mee te kunnen zijn, het lukt mij steeds beter. De tijd zijn werk te laten doen.

    Mijmeren met Gloria

    Ik denk terug aan mijn arbeidsverleden, ik begon als prille twintiger als opbouwwerker, een beroep dat je kunt vergelijken met een ontwikkelingswerker in de samenleving. Ik wilde een snelle manier, zo snel mogelijk een rechtvaardiger maatschappij. De systemen moesten op de schop, iedereen gelijke kansen in onderwijs, arbeid en gezondheid. Dat ik de mens zelf hierbij oversloeg, dat kwartje viel pas later. Liep hand in hand met het binnenste buiten keren van mij zelf en de ommezwaai die ik maakte naar persoonlijke ontwikkeling en aandacht voor identiteit. En nog weer later leerde ik de weg, de reis zelf lief te hebben, daar zit ik nu middenin. Het kunnen verduren dat je het niet weet, de bevrijdende gedachte dat ik het niet alleen hoef te doen incluis. Dat ik slechts een radartje ben in een veel groter systeem waarvan ik af en toe een glimp krijg vanuit een groter zicht, een gelukzalige glimp waar mijn hart van bruist.

    Die momenten wisselen zich hier af en deel ik met Gloria.

    Bonaire 11 augustus 2021

  • Die pet past u allemaal

    Die pet past u allemaal

    Met mijn rugtas vol Albert Heijn been ik van de Westerhaven naar huis terug. Ik heb bitterballen gekocht voor mijn bezoek morgen, niet dat ik er van houd maar het is een douceurtje. Ik wil iets goed maken, dat wil ik wel vaker, maar dat lukt niet altijd.

    Samen de weg kwijt

    In de verte bij het nieuwe kruispunt, het is hip om het samen te moeten uitvogelen tegenwoordig, zie ik dat dit samen nu niet is gelukt. Er ligt een Indonesische jongedame met scooter over de stadsvloer en dichterbij gekomen blijken er nog 2 jonge meiden met een tintje in het spel. De bestuurder van de scooter spreekt Nederlands en de 2 Aziatische vrouwen blijken toerist en gebruiken Engels als voertaal. Ze zijn alle drie van het padje en hevig geschrokken.

    Slippende scooter

    Ik besluit een handje te helpen en vraag de toeristen of ze verzekerd zijn, en helaas is dat niet het geval. Het scootermeisje vertelt mij dat ze op slag haar Engelse kunde is vergeten en dat ze blij is dat ik er bij blijf. Ik neem met haar de schade op en wijs haar erop dat er meer aan de hand is dan zij op het eerste zicht ziet. Zij dacht dat ze de dames met 100 euro kon afkopen zodat ze het spatscherm dat is geschaafd, kan laten herstellen. Er is ook onduidelijkheid over wie voorrang aan wie had moeten verlenen. De scooter is slippend gestopt voor de 2 overstekende vriendinnen en kwam daarbij ten val. Gelukkig geen persoonlijk letsel, paai ik de situatie voor de 3 meiden en dat is een relativerend pleistertje.

    112

    Ik vraag de scooter om de politie te bellen, 112 dan maar want hoe krijg je anders de petten snel ter plaatse? En één van de beide toeristen blijkt een Nederlandse vriend te hebben, ik vraag haar om deze jongen te laten komen. De meiden bellen, de Nederlandse kordaat en de Aziatische in tranen en de derde staat in shock met open mond te wachten en dit alles in de stromende regen op de hoek bij Tuinenga, de oudste herenkapper van Groningen. Met de scooterdame overweeg ik de opties van haar allrisk verzekering, de makkelijkste weg voor de onverzekerde ‘schuldigen’ want dan zouden zij de premievermeerdering kunnen betalen. Maar mijn eigen rechtsgevoel waarschuwt me dat dit toch ook niet de bedoeling kan zijn, dus ik laat het bij haar.

    Ramptoerist

    Daar komt dan toch na 20 minuten een BOA, een bijzondere opsporingsambtenaar. Hij parkeert zijn auto op de stoep en komt de zaak snel en daadkrachtig regelen. Hij wendt zich tot het scootermeisje. Ik vraag hem ook de andere 2 meisjes er bij te betrekken en hij kijkt mij verstoord en geërgerd aan. Hebt u een aandeel in dit ongeval, vraagt hij korzelig. Op mijn neen, ik bied slechts een helpende hand, negeert hij mij en gaat door.

    Pure retoriek

    Als ik nogmaals de 2 toeristen probeer te betrekken, vraagt hij retorisch ‘wie is hier nu de politie, het lijkt mij dat ik het beter weet.’ En ‘Wij hebben het heel druk mevrouw.’ Ik betoon mijn respect en zeg dat ik dat weet maar toch…Ik sta hier ook niet voor de kat zijn viool, zeg ik. En ik vind het jammer dat u de zaak nu even af lijkt te rafelen, durf ik ook nog. En ik denk ondertussen dat hij ervoor betaald wordt en ikke niet. Pfff daar sta je dan met je goede gedrag, afgezeken als ramptoeriste. Ik waag nog een poging en vraag wie hier nu schuld heeft.

    BOA

    Schuldigen aanwijzen past goed in zijn marskraam en hij oordeelt dat De scooter in haar recht staat. De scooter moet nu wachten op de Nederlandse vriend in aantocht en dan met hem een schadeformulier invullen. De BOA waagt zich niet aan een uitleg aan de Aziatische dames, dat gaan ze toch niet horen, vooronderstelt hij. Hij zegt dat dit eigenlijk een verzekeringskwestie is en dat hij alleen kwam opdraven omdat er buitenlanders betrokken zijn. Met de Hollandse boy erbij moet het lukken en anders kan ze weer bellen.

    Kwekkeboompjes

    Ik vertel de meiden dat ik nu ook moet gaan. En denk aan mijn Kwekkeboompjes die er vast als slappe dweilen bij hangen in mijn tasje. Ik wens de meiden succes met alles en zij bedanken mij voor mijn hulp. De boa kan voor mij de boom in en die krijgt geen woord meer van mij. Hoezo, die pet past u allemaal?

  • Fluiten en zingen

    Fluiten en zingen

    In mijn familie wordt gezongen. Misschien was zingen en muziek maken, het enige vertier in de crisis- en oorlogsjaren, de kindertijd van mijn ouders? Mijn vader vertrok als jongste hummel van 2 met de rest van het gezin naar Duitsland. Ze gingen er vlak over de grens bij Wesel en later Wiesbaden wonen en lieten hun berooide boerderij in Oudehaske achter. Geen droog brood mee te verdienen in de crisisjaren en dit moest er wel zijn voor de hongerige monden van 3 meisjes en 6 jongens. Geboortebeperking was er niet. Mijn oma Janke talmde bij het naar bed gaan in een poging tot, maar dat werd niet begrepen door mijn opa Gerrit.

    Zwaan kleef aan

    Pake, Fries voor opa, werd er bedrijfsleider voor de Duitse herenboer en leverde goed werk, hij was vooral een topper in melken. In Duitsland was het gewoonte om de koeien 3 maal per dag te melken, maar mijn opa zette dit terug naar 2 maal. Hij wist dat de totale opbrengst hetzelfde zou zijn. Hij won een prijs in de vorm van een tinnen schaal voor zijn melkerskunst en daar was hij erg trots op. Beppe, mijn oma was een lichtend baken voor elk die steun kon gebruiken, ik erfde de liefde voor dieren van haar. In Duitsland was het regelmatig een gezellige boel, een zwaan-kleef-aan huishouden zeg maar. Er was volop eten en iedereen mocht meedelen in de weelde aan grote tafels vol dampende aardappelen met spekvet, stel ik mij zo voor. En dan samen spelletjes doen, goochelkunstjes, sketches en moppen tappen. Oom Gerrit speelde accordeon en de jongste telgen, mijn vader Uilke en tante Jantje zongen tweestemmige liederen, Duitse (lili Marleen, ook in het Engels) Friese en Hollandse. Nog steeds hebben wij daarom een Duitse en een Friese tak, want de oudste kinderen Auke, Arend en Jeltje bleven en de rest ging mee terug naar Friesland. Zoon Ruurd sloeg de brug en streek later in Limburg neer.

    Bijzondere jeugd

    Mijn vader kijkt terug op een bijzondere jeugd. Hij was een eenling omdat ie niet echt bij de Duitse leeftijdsgenoten hoorde en het kader was volstrekt onduidelijk. Het was een toestand waar je zelf wat van moest maken. Zijn zusje heeft angstige herinneringen maar mijn vader meer avontuurlijke. Heit, Fries voor vader, vergelijkt de huidige Corona-tijd met toen. Hij vindt het naar voor de jeugd, die vast gezet wordt en hun vrienden amper kan ontmoeten. Hij labelt deze tijd voor zichzelf als ’te doen’ omdat zij immers de oorlog hebben meegemaakt. Mooi dat de oudere generatie een ander referentiekader kan bieden. Er waren soldaten nabij hun huis gelegerd. Eerst Duitsers, later Engelsen en Amerikanen. En iedereen was welkom, de familie bleef soeverein en dat werd gedoogd door de Herenboer. Mijn vader werd als jochie gevraagd om tabak te sjacheren en vertier te organiseren. De soldaten mochten hem graag en hij bracht veel tijd bij hen door.

    De harmonie van de alt en de tenor

    Ik ken mijn vader als de man die altijd deuntjes floot als ie aan het werk was en met name als het goed wou lukken. Hij fietste met zijn vet leren dienstjas van de NS van en naar huis en altijd met goede luim en dat markante fluitje. Mijn moeder zong de tweede stem, de altpartij en vader was een zuivere tenor. Dat zijn goede jeugdherinneringen. Ik heb dat zingen van hen en het fluiten van hem overgenomen. Ook vooral als iets rond is en ik tevreden ben dan zet ik als vanzelf een partij in. Maar ook onder de douche en in de auto kan ik galmen zonder enige terughoudendheid, het brengt me vervulling, ik krijg er een blij hart van en spa rood in mijn lijf. Ik deed onlangs een onderzoekje uit de losse pols, onder de clan van mijn vaders kant met wie we een familie app hebben. Broers doen dr niet aan, mijn 2 Duitse nichtjes wel! En dan is er nog een zingende en fluitende oudste neef, zoon van tante Rinnie en opgegroeid in het gezin van mijn opa en oma. Samen met zijn vrouw zingt hij net als mijn ouders vroeger bij de afwas. Mijn ene nichtje en ik doen het ook graag in de auto en soms levert dat vreemde blikken op in het verkeer. Op de begrafenis van Arend, de vader van de zingende nichtjes, heb ik met mijn ouders gezongen. Dat het niet uitsterve!

    Crisis tekent

    Na de oorlog gingen ze terug, net zo berooid als hoe ze vertrokken. Ze lieten een grote houten keet per trein versturen en dat werd later hun bivak voor meerdere jaren. In die tussentijd werd het gezin verdeeld ondergebracht bij familie. Het waren koude winters, de gure wind gierde onder de keet door. In de crisisjaren en de oorlog was er amper onderwijs geweest. Mijn vader deed niet mee met de clubskes van de hitlerjugend, in der schule werd er voornamelijk getekend en gezongen. Toen hij op zijn 12-de terug kwam in Nederland, stak de bovenmeester veel energie in zijn leergierigheid. In 1 jaar tijd haalde hij de hele lagere schooltijd in. Hij moest verder leren vond de meester, maar dat vonden mijn grootouders niet nodig. Dat had geen van de kinderen immers gedaan. En die miskenning heeft pijn gedaan bij mijn lieve vadertje. Ik denk dat op dat moment het vertrouwen in autoriteit werd aangetast. Hij studeerde daarom later, vanuit de wil om te laten zien dat hij het in huis had, naast zijn werk en haalde alle diploma’s zodat hij les kon geven aan de MTS en HTS. En daar liet hij het bij. Denk dat ie daar verstandig aan deed. Het onderwijs zou minder tot fluiten hebben genodigd.

    Eigen partij

    Mijn ouders maakten veel zelf. Vader bouwde thuis en ook bij mij later een badkamer, een zeventiger-jaren plafond met schrootjes en inbouw-spotjes, een hippe lambrisering en hij repareerde apparaten. Samen stoffeerden zij meubilair. Maakten zeilen voor de zeilboot van mijn broers. Die mijn jongste broertje, per ongeluk, bij de weg voor de vuilnisophaaldienst zette. Note to self: Doe nooit waardevolle zaken in vuiniszakken! De grootste gave die mijn ouders aan hun nazaten nalaten, is in mijn ogen, de liefde voor elkaar. Mijn jongste broer zegt wel es dat ze maar 1 hobby hebben, namelijk elkaar. We leerden de goede kant van het leven en er wat van te maken. Broer Gerrit en ik hebben hun handigheid geerfd, hij heeft een florerend bouwbedrijf. Jongste broer Wieger boert financieel het beste en die laat de dingen dus doen. Broers en zus kunnen goed samen, maar zien elkaar zelden. Als er crisis is, zijn we een team en gaat het naadloos. Het kost tijd om je draai te vinden in het leven. En ieder krijgt zijn eigen partij noten te kraken of te zingen.

  • Spierballentaal

    Spierballentaal

    ‘Lul de behanger’ smeet ik hem toe vanuit de grond van mijn hart. Spierballentaal! Het is lang geleden dat ik iemand zo noemde. Hij vroeg er om met zijn bedreiging: ‘Ik weet waar je woont’. Er bestaat -freeze, flight en fight- . Dat laatste is mijn repertoire in nood en ik merk dat ik sinds kort minder voorbehoud maak. In december ben ik kwaad geweest als nooit tevoren. Boos, gezond boos is een schonende energie, het brandt alles weg. Er was geen houwen aan en net als vandaag heb ik geen spijt.

    Nazaat van Grutte Pier

    Ooit waarschuwden mijn Molukse studievrienden uit Den Haag waar ik toen de Agogische Academie mee deed, dat ik met mijn stoerheid niet uit kwam in het westen. Ik moest meer meeveren vonden zij, leuke kwinkslagen teruggeven. Als nazaat van Grutte Pier had ik toen ook geen voorbehoud, ik was nog in mijn pure early twenties. De jaren erna hebben mij meer tot beschaving gepushed. En ik hield me in, leerde me vrouwelijk te gedragen en de ander te begrijpen, ik verbind me inmiddels als geen ander. Maar genoeg is genoeg, besloot ik eind vorige jaar. Energie moet stromen, compassie a la, jezelf verloochenen is een andere zaak.

    Earthfather

    Het zal 10 a 15 jaar geleden zijn dat ik bij Olof Smit, alias Earthfather, kwam in Scheveningen, de man overleed afgelopen zomer. Hij was een Surinaamse Sjamaan en bezwoer vloeken, dat zijn nogal heftige energieen. Mijn vriendin van toen van wie ik de tip had, ging mee. Ik wilde dat zij in de wachtkamer bleef, vanuit mijn behoefte aan privacy, maar Earthfather vond dat niet nodig. Hij schold mij uit voor de vrouwelijke flamoes de behanger en vond mij een arrogante troela. Ik kon rechtsomkeert gaan als me dat niet beviel. Ik koos eieren voor mijn geld, ik was per slot van rekening niet dat hele eind uit Groningen gekomen voor de kat z’n viool. Zo brak hij mijn ego en werd ik ontvankelijk voor de bezwering en diepgang. Ondertussen gaf hij mijn vriendin ook nog een veeg uit de pan toen zij een slimme opmerking wilde maken.

    2 geloven op 1 kussen

    In de middeleeuwen trad de ontkerkelijking in en ontstonden er liefdes van verschillende kerkelijke gezindten. Je kent het gezegde: 2 geloven op 1 kussen, daar slaapt de duivel tussen? Nou die stamt van toen. Deze liefjes werden door hun familie in de ban gedaan, ze hoorden er niet meer bij. Dat werkt als een vloek, zo vertelde Olof en die blijft je achtervolgen, van generatie op generatie. Enkele ingewijden zoals hij, kunnen dit teniet doen. Hij was opgeleid via 12 jaren inwijdingen in de bushbush van Suriname. Dat schijnt een zeer harde leerschool te zijn. Hij schoonde de roots uit mijn vaderlijn, het klopt dat die ongelovig is, mijn vader is een echte atheist. En de vaderlijn van mijn kinderen, want daar was ook mot.

    Stoer wijf

    Gisteren had ik een interview met Inge Astrid, een stoer wijf van de bovenste plank. De stem van haar ziel klonk al vroeg door zo vertelde ze mij. Al haar lessen en nare belevingen neemt zij zonder veel mitsen en maren. Het zij zo, los maar weer en door voor de volgende ronde. Zij nam rustig het zware grootzeil uit handen van zwoegende en kreunende mannen, laat mij maar even. Spierballen! Beslist een dochter van Grutte Pier, wedden?

    De man die ik de maat nam als behanger? Ach hij treiterde een vriendin en dan spring ik makkelijk in de bres. Omdat het niet mijn belang is, kan ik bruggen bouwen. Toch wilde hij ook mij tackelen en winnen met zijn ‘Ik weet nu waar je woont’. Leaver dea as slaef meneer de behanger!

  • Gebarentaal onderweg

    Gebarentaal onderweg

    De afgelopen dagen was ik nogal veel met eigen kroost onderweg. Volwassen kinderen, begrijp me goed, het stadium van snotneuzen en pampers al verre voorbij. Eerst met zoon in mijn yellow submarin, nog in de stad Groningen. Ik achter het stuur en we rijden de oprit op naar een rotonde. Komt een jonge man van rond de 20 vanaf het fietspad ons gekruist tegen. Hij gebaart met zeer geagiteerde blik en maakt cirkeltjes naar ons. De betekenis is: Schiet op! En onderliggend: Tjeeminee wat ga jij traag. Waarschijnlijk ook nog: trut. Zoon en ik schieten eensgezind in de lach, wat een opgewonden standje! We slaan rechtsaf en ik weersta de lust om het jong te snijden bij de volgende kruising. Wel toeteren en zwaaien we we nog even met een big smile naar onze vriend. Meerdere keren herhalen we het gebaar naar elkaar ter herinnering aan de driftkikker. Humor verbindt.

    Driftkikker

    De dag erna gaan we naar Utrecht om dochter te bezoeken. We pikken haar onderweg in de polder op bij een vriendin en op doorreis naar haar stulpje, verzeilen we in een winterse bui. Volkomen onverwacht stortregent het hagel en natte sneeuw. Ik heb iets te vroeg deze week de winterbanden doen verwisselen voor de zomerse equivalenten. In een mum van tijd ligt daar een wit vloertje. Zoon zit achter het stuur en dochter vindt dat zoon te hard scheurt. Ik zeg nog dat haar oma, mijn moeder, het liefst bij haar broer in de auto zit, ómdat hij zo hard rijdt, dat zij geen tijd heeft om zich zorgen te maken.

    Agitatie

    En daar zien wij een auto tegen de rijrichting in, in ruste gekomen tegen de vangrail aan, met een verwilderde man buiten het portier. Het blijft me nadien verwonderen waarom zijn gezicht vuil is. Het is druk op de weg en hij maakt eenzelfde type gebaar als het driftkikkertje van eerder maar met een duidelijk andere betekenis. Wij vatten het niet meteen. Maken er grapjes over. Zou hij bedoelen dat we moeten bellen? Het draaien met de vinger zou je kunnen interpreteren als het op de ouderwetse manier bellen met een draaitoestel. één….één…twee? We schieten opnieuw in de lach. Hadden we wat moeten doen eigenlijk? In een split second op die drukke gladde weg, het was to much. We konden in ieder geval niet stoppen om hulp aan te bieden, zo wassen wij ons schuldgevoel weg.

    Aangeslagen

    Vanmorgen werd ik wakker in mijn eigen bedje en wist ik de betekenis. De man had onze verbijsterde blikken gezien en met zijn gebaar willen verduidelijken dat hij geslipt was en een rondje op de weg had gedraaid. En dat hij daarom tegen de rijrichting in met zijn bolide stond. In zo’n gekke situatie met ongeschreven script probeer je toch als mensen onderling te communiceren. Als jij denkt dat ik denk dat, dan raken we samen de weg kwijt.