Blog

  • Weg!

    Weg!

    Een zoet kabbelend bergbeekje vergezelt mijn woorden, terwijl een wit handwasje wappert in de zon. Ik heb vakantie in Frankrijk. We wieberen door het noorden van west naar oost, Corona houdt ons binnen bereik van het vaderland. De eerste dagen waren echt koren op mijn molen: een opaal schitterende zee, het pittoreske stadje met romantisch hotelletje en heerlijke temperaturen. Genieten? Ik ben ervoor geboren. En nu zijn we het land oostwaarts doorgestoken en kwamen onder Luxemburg uit in de Vogezen. Een functioneel appartement aan een doorgaande verkeersader, waar je het liefst gillend van weg zou spurten, zal ons herbergen. 

    Hassebassie bij de bergbeek

    Natuurlijk ben ik eerst woest over zoveel onrecht, maar mijn zestig jaar levenservaring kent zichzelf inmiddels. Ik verbijt me en lijd zoveel mogelijk in stilte. Nooit vanuit emotie reageren, eerst rust vinden, lief ook laten rijpen naar een verlangen en dan is het koren rijp om geschoren te worden. Terwijl wij bij het bergbeekje achter de parkeerplaats een borrel nuttigen met hassebassie, familiejargon voor tapas, en bijkomen van de oversteek door de kop van La France en de kennismaking met ons nieuwe verblijf, passeert ons een aardig Belgisch stel. Ik grijp mijn kans en check hun bevindingen en zij onderstrepen onze ellende. Ook zij zitten aan de verkeerde kant van het landhuis en hun oplossing is zoveel mogelijk buiten de deur zijn en het plezier elders vinden. Is dat het verschil tussen Belgen en Nederlanders?

    Koeterwaals

    Na een nacht scherend verkeer is daar altijd weer de ochtend met nieuwe kansen. Ik kom zomaar de eigenaar tegen terwijl ik even buiten ben voor een zonnestraal. Vriendelijk vraag ik hem in demie Frans en half Engels naar de mogelijkheden voor een plekje weg-van-de-snelweg, en nabij dat heerlijke gekabbel. Hij verstaat mij niet, de Belg had reeds gezegd dat de man zelfs in het Frans onverstaanbaar is en zich bedient van een bijzonder koeterwaals. Gek is dat, wijlen mijn schoonmoeder had daar ook een handje van. Zij dacht met haar bollenstreeks dat ze ABN sprak en wij uit het noorden werden heimelijk beticht van boersigheid. Wie zich het centrum van de wereld waant, heeft altijd gelijk.

    De patriot verleid

    Ik verleid de patriot mee naar mon mari (voor het gemak kreeg lief ook een upgrade), die er in mijn ogen krachteloos bij ligt op de bank. Horizontaal lukt het hem toch onze behoeften te vertalen. De man moet met het thuisfront overleggen, Nicolette is de patron, verontschuldigt hij zich en hij belt zijn echtgenote. De mannen overleggen elk in hun eigen Frans en ik spring er in mime omheen. Duidelijk makend dat ik ook een stem in het kapittel heb. Eerst moeten we er eerder uit als er een reservering voor een langere tijd zou komen. Dan kan er meer verdiend worden en dan zouden we terug moeten naar het huidige kot. Das goed zeg ik, maar dan gaan we eerder naar huis. Steek dat kot in uwe poepertje uh derriere, je krijgt er mij met geen 10 hengsten meer in. We komen er gelukkig met enige pecunia bijleggen uit. 

    En het einde van dit liedje ken je… Het beekje kabbelt en mijn wasje droogt en de zon schijnt, niks meer aan doen.

    Stijn, 26 juli 2020

  • Schone lei

    Schone lei

    Al zeker twee jaar ben ik mijn huis aan het verhuizen en ruk ik op naar een schone lei.  Het begon bij een Franse uitwisseling in de zomer van 2017. Zij in mijn huis en ik in het hunne aan zee in de Vendée. Nou heb ik een huishouden, dat ik met de Franse slag bestier, maar ik vermoedde dat deze Fransen daar toch een andere dekking aan geven. In ieder geval scoorde ik op orde en netheid voor dit stel niet de volledige vijf sterren die ieder pleegt te geven bij HomeExchange. Ik gaf het Franse stel een ster minder voor communicatie. Zij spraken als rechtgeaarde Franzosen, comme il faut, seulement hun moerstaal. Om mijn huis voor de Franzosen geschikt te maken, moest ik kuisen. Jee, wat heb ik veel weggegooid. Vanzelfsprekend door de drievoudige zeef van 1)Kan ik iemand anders er blij mee maken? 2)Is het nog wat voor de Kringloop? of 3)Moet het naar de stort? Inmiddels ben ik stadia verder. Tussendoor nog bijna mijn huis verkocht maar gelukkig keerde ik op mijn schreden terug en woon ik nog steeds in mijn stadsvilla, de titel op Funda, voor mijn tussenwoning. 

    1, 2 en 3

    Want toen ging ik in 2018 een seizoen werken voor Sunweb als reisleidster. Ik snap heel goed waarom die reizen zo goedkoop waren. Je gaat leuk naar de zon over de rug van de medewerkers heen, die afgescheept worden met een zakcentje. Ik ging voor het avontuur en moest om mijn begroting rond te breien, mijn huis onderverhuren. Daarom moest mijn have opnieuw door de spreekwoordelijke wasstraat. Mijn persoonlijke bezittingen en overtollige zaken waar ik geen afscheid van kon nemen, gingen in de kleinste kamer en de rest werd verhuurd aan een Canadees stel. Weg geluidsapparatuur en video plus bijbehorende speelschijven en op slag over op Spotify met een miniboxje en ook alle gelezen boeken gingen door naar selectie 1, 2 of 3.

    Vide in wording

    En in de afgelopen week was ik met de derde ronde bezig. Een eerdere slaap/ annex rommelkamer wordt omgedoopt tot een open vide. Een leuke bieb annex coachruimte is aan het ontstaan. En opnieuw gingen er boeken van de hand. Al mijn organisatie- en adviesboeken gingen door 1-2-3 in godesnaam en vele leesboeken idem dito. Mijn boekenkast heeft nu nog slechts spiritueel gedachtegoed, tuin en flora, de nog te lezen en de diep rakende romans, naast een rijtje poëziebundels. Het wordt lekker overzichtelijk, zowel fysiek als in de geest. Wat te doen met de stapel brieven van mijn eerste liefje?

    Koninklijke zetel

    Ik heb iets met banken. Ik wil ze riant en koninklijk en dat lukt altijd. Toen ik verhuisde van Emmen naar Groningen had ik een vorstelijk houten gekruld omrande beauty met dito fauteuil die aan een nieuw kleedje toe was en dat kwam er maar niet van. Dus op Marktplaats. Moet je niet rekenen dat ze in drommen stonden te dringen om de schat te bemachtigen, hoe zeer het ook een koopje was. Pissed over zoveel miskenning, liet ik het door twee verwonderde mannen van de Mamamini ophalen: “Tjeeminee, doe je deze echt weg” vroegen ze nog? Nog steeds voel ik een steek van gemis als ik een vergelijkbare zetel zie. Toen ik bij de Groninger editie van duurzame Minnie,  binnenliep, brachten 2 mannen net een riante koningsblauwe sofa, omrand met gouden koorden, binnen. “Moet u doen” zei de man toen ik ging proefzitten, “Komt net van een gestorven vrouwtje en is van hemelse kwaliteit”. Klopt als een bus blijkt ook na 10 jaar. Mijn schoonzoon verzuchtte dit weekend nog, dat ie geen andere bank kent die zo lekker hangt.


    Memory Lane

    Waar ik mee blijf zitten? Dat is de kindertijd van mijn kroost. Zoon en vooral dochter claimen plek voor memory lane: schoolschriften, werkstukken, kindertekeningen, gekleide beelden, waterpijp, een riddercape, knuffels en koesdoeken. Sterker nog, mamski heeft te weinig kinderkleertjes bewaard. Je voelt je een ontaarde mam als je je poot stijf houdt, en eerlijk is eerlijk, mijn moederhart smelt ook bij zoveel gewaardeerde draadjes naar eens. Het gerafelde pyjamaatje, noodzakelijk attribuut om te kunnen slapen en het zo knap voor een achtjarige gekleide beeldje van de Kus van Klimt.

    Mogelijk steek ik eerdaags dozen vol oude vrienden in de hens. Los!

    juni 2020

  • Trolley met rood ruitje

    Trolley met rood ruitje

    In Spanje zag ik ze voor het eerst. Ouderen die hun boodschappen-trolley als rollator gebruikten. Slim verzonnen! Je maskeert je ouderdom en toch heb je steun. Multifunctioneel. Da’s nog es wat anders dan de rollende Mercedes, die mijn ouders voort laten gaan.

    Gisteravond slenterde de man van midden 40 nonchalant over de stoep langs mijn huis, een mobiel in de hand en actief in gesprek. De schemer trad in en ik deed mijn lichten en kaarsjes aan en zodoende viel mijn blik op hem. Breedgeschouderd, vol postuur, donkere krullen en van Indiase komaf, schatte ik in. Wat niet klopte in het plaatje was de nonchalante trolley achter hem aan rollend. Was het een Samsonite geweest of iets van dien aard, had mijn haan er niet naar gekraaid. Maar het was het goedkoopste boodschappenkarretje voor ouderen ooit. Eens had het een helder rood ruitje.

    Geamuseerd keek ik naar de verdere gang van deze zogenaamde man van de wereld. Goed toneelspel maar een fout rekwisiet. Zijn loopje eindigde in de nis voor fietsen in de flat De Schoener, schuin tegenover mijn tussenwoning. Er staan vijf flats op rij in mijn straat, met bootnamen. Ik woon tussen Schoener en Tjalk in en kan ook nog net Coaster zien als ik op mijn tenen voor het uiterste puntje van mijn raam sta. Alsof ze aan het Reitdiep gemeerd liggen, waar ik op uit kijk zo tussen die flats door. Ik heb een haat-liefde verhouding met die flats en dat komt vooral omdat de beheerder voortdurend bedrijven invliegt die met monstrueuze herrie de servicekosten waar maken. En altijd bij het ochtendkrieken als een nachtmens als ik, nog niet taal naar de dag. Grootschaligheid het deugt niet, we weten het sinds Corona.

    De man verschanst zich in de nis, ik weet nu zeker dat hij daar een schuilplek voor de nacht zoekt. Ik kijk voor mijn raam en zijn blik en de mijne vangen elkaar. Telkens zie ik hem gluren naar mijn raam om te zien of ik hem nog weet. Mijn gedachten voeren tweestrijd. Het kleine meisje vindt het eng en wil hem weg en het moederhart zwelt en gunt deze man een veilige slaapplek. Hij zal vlak onder de vermaledijde beheerder slapen, net goed, mijn rebelse stem wint. De beide buurtjes zullen met hun slaapkamers bijna naast hem verkeren in dromenland, daar waar ik driehoog boven mijn hele straatkant uit tuk. Ik waarschuw mijn naaste buren, met mildheid over de waarschijnlijke bedoelingen van de man, over zijn nabije aanwezigheid. Ik doe de lamp bij de voordeur aan, als ik vertrek voor de nacht, voor het meisje.

    En de volgende dag leven we allemaal nog. De nomade heeft vast een goede nacht gehad.

    Stijn

  • Pasen 2020

    Pasen 2020

    Gisteren zag ik de foto van een maand geleden, het mooiste en oudste kerkje van Barcelona. We zagen het op 13 maart, onze laatste vakantiedag, wellicht de laatste excursie over de grens voor lange tijd. Want wat schrijven we geschiedenis sinds een maand. En vandaag is het Pasen, het feest van de wedergeboorte.

    Do’s en don’ts

    Ik kan een beetje terug kijken inmiddels, er ontstaat een perspectief van de do’s en de don’ts. Natuurlijk is het de kunst om je te verheffen in bange dagen, maar het heeft geen zin om te doen alsof. Dus ieder moet langs zijn eigen ravijn de adem voelen stokken om vervolgens bij zinnen gekomen, moed te vatten. De eigen zin weer voelen. Mijn ravijn bestond uit mijn oudjes. Ik ben gezegend met een vader en moeder van ver in de 80. Hoewel het onverteerbaar is dat we hen niet fysiek kunnen bezoeken, leren we er mee leven. En ben ik geraakt door de wijze waarop zij het leven opnemen, bewonderenswaardig. Mijn vader gaat met plastic handschoentjes in training op de homefiets in de gang van hun aanleunflat en met de rollator naar de plaatselijke markt waar hij contactloos de pas zwiert. En Appie bezorgt aan huis. Ik gaf onlangs, vergezeld door mij twee dierbare mannen, een serenade aan hun balkon ter ere van de 88ste verjaardag van mijn moeder. Meer kun je niet doen.

    Vrijuit ademen

    Mijn B&B en mijn trainingen en coaching vielen prompt stil en net zo prompt, schoot ik in de stress van opdoemende schaarste. Het duurde tot deze week eer ik het zeil van mijn scheepje naar de nu waaiende wind kon zetten. Mijn B&B wordt weer een studentenkamer, de eerste gegadigde komt kijken. En ik zie het helemaal zitten. Heerlijk zo’n ongecompliceerde blije meid in mijn beneden, daar heb ik geen omkijken naar. Binnenkort adem ik weer vrijuit.

    Ruimte

    Nu het eerste turbulente stof is neder gedaald van een crisis waar we alleen het begin van kennen, en ik zie welke schaapjes ik op mijn droge kan zetten, komt er ruimte. Ruimte voor bezinning, schrijven, ruimte voor mijn tuin met moeshoek. Ruimte voor wat wezenlijk is. We hebben veel verliezen te betreuren, toch hoor ik in mijn omgeving en bij mezelf ook een nieuw geluid. Een vriend appte me vandaag: Wij genieten van de rust en de lente, hoe we ook de nabijheid van ons kroost missen, het is bijna gênant.

    Pasen op anderhalve meter

    Vandaag is het eerste paasdag en mijn dochter en haar vriend komen vanmiddag uit Utrecht over. Zij reizen samen met hun quarantainegroepje uit Utrecht omdat allen iets in Groningen hebben te doen. Mijn zoon gaat verhuizen, driehoog naar een volkomen uitgewoonde flat. Die moest opgeknapt en ingericht met intimi en morgen gaat hij over. Daar hebben we jonge benen bij nodig, vandaar. Ik heb het er met haar over gehad, we gaan niet huggen en houden verantwoordelijk afstand.

    Vanmiddag verstop ik paaseitjes in de tuin. Dit kind houdt van dieren en toen ze als kotertje van negen hoorde dat de Paashaas niet echt bestond, was ze in diepe shock. Dit verraad vanmiddag weer een beetje goedmaken dus.

    Fijne paasdagen met en zonder al.

    Stijn

    12-4-2020

  • Monster

    Monster


    Er bestaat een apparaatje dat geluid geeft met een dusdanig hoog trillingsgetal dat het muizen op de vlucht jaagt, evenals muggen, wespen en zilvervliesrijst uh.. zilvervisjes.

    Vocht en warmte

    Ken je die laatsten? Ze houden van vocht en warmte en dus mijn benedenverdieping. Want ooit was de bodem van mijn huis een rivierbedding en huisde er een scheepswerf. Ik ben een Viking en dus moet ik water nabij hebben. Het liefst het ruime sop, maar ik neem genoegen met het Reitdiep, de rivier die Groningen en het wad verbindt. En neem de visjes op het droge voor bijna lief.

    Op een mooie zomerdag doe ik de schuurdeur open om mijn fiets te pakken en sta vervolgens aan de grond genageld, oog in oog met een beest dat op de grond zit. Bruine kralen staren mij aan, ik deins achteruit en gooi de schuurdeur dicht. Met de bibber in de benen trek ik mij terug in huis voor een plan de campagne. Wat is slim? De ideeën buitelen koortsachtig over elkaar heen, in crisis ben ik op mijn best, en de optie om het beest de vrijheid te geven wint. Ik trek de stoute schoenen aan en struikel naar buiten. Steegdeur alvast open voor een snelle vluchtroute, hoppa de schuurdeur voor het gewraakte monster open en ik zoef de steeg in, linea recta naar vriendin Jeannette die nabij woont.

    10 maal naaktgeboren

    Bij haar doe ik mijn verhaal. Gierend van de lach liggen we onder de tafel, de ultieme vorm om angst te verteren. Wij speuren het Internet af om de naam van het dier te achterhalen. We vermoeden een enge steenmarter of een minstens zo griezelige bunzing en ik krijg een visioen van een nest met jongen in de stellingkast van de schuur. Een hol gegraven in een bouwemmer gevuld met nestmateriaal en zaagsel en ander noem maar op. En dan daar 10  maal naaktgeboren in, 10 wurmen en een moederhart tot de dood ons scheidt. Die schuur kan ik voorlopig op mijn buik schrijven. 

    Eens moet ik terug en dat moment was nu. Voorzichtig kijk ik om het hoekje, de vluchtroute naar de steeg weer wijd open. Gelukkig de schuur blijkt leeg, ik sluit de deur en verschans mij vliegensvlug, veilig achter het keukenraam. Al gauw zie ik het beest struinen door mijn tuin op weg naar de buren. Sneu voor hen, maar ik haal weer voorzichtig adem. Hij is trouwens kleiner van stuk dan gedacht. 

    Ahum

    Even later komt de buuf naar buiten en loopt linea recta op het beest af. Met kirgeluidjes roept ze mijn monster! Ik durf achter het glas vandaan en vraag verbouwereerd of zij het beest kent. Het blijkt Freddie, de tamme Fret van de jonge buurtjes achter ons, ontsnapt en vermist. De jonge moeder wordt erbij geroepen en zij drukt de engerd blij verheugd aan haar borst. Of ik hem ook ff op de arm wil? Ahum, ik dacht het niet! 

    maart 2020

    Stijn

  • Ben jij al vegan?

    Ben jij al vegan?

    Onlangs heeft België in navolging van Nederland en nog enkele omringende landen, in de wet opgenomen dat dieren tot een andere entiteit behoren dan dingen. Dieren worden nu ook bij onze zuiderburen erkend als wezens met gevoel. Tot nu viel een koe of hond onder dezelfde noemer als een tractor of hark. De trend om dieren steeds meer serieus te nemen, zet zich door. Gniffelden we in Nederland eerder om de geboorte van de Partij van de Dieren, zelf vond ik het een heerlijke lange neus naar de status quo, nu is het een serieuze partij van betekenis, met waarden die ertoe doen. 

    Makke kipjes en wild everzwijn

    Ik word steeds meer vegan en ik wed dat we op termijn diereneters als kannibalistische barbaren zullen bestempelen. De laatste jaren was ik zeer bewust met vlees en ik at wild, vanuit het idee dat wilde dieren een puur en goed leven hadden geleid. Maar toen ik onlangs wild everzwijn liet stoven met mooie toeters en bellen, bedoeld voor een feestmaal en de geur alleen al voldoende bleek om er van af te zien, ging er een knopje om. Hoe lang ben jij nog kannibaal? Ik zie bij mijn Appie drukte voor het schap van de vleesvervangers ten faveure van het gangpad met stukken dier. Laten we bidden dat de pregnante geur van kipjes, geregen aan het spit op straat, binnenkort verleden tijd is.

    Het laatste eindje van Bram

    Als dierenliefhebber smelt ik voor leuke hondjes en slimme katten. Mijn hele leven had ik katten, totdat de laatste het loodje legde en ik besloot dat ik na twee kinderen en vier katten, genoeg gezorgd had. Mijn kater Bram werd een aanhankelijke bejaarde met een schildklierkwaal en een actieradius van noppes, het liefst zat hij op mijn schoot of op de tafel terwijl ik aan het werk was. Te knorren en te mekkeren en bij mijn afwezigheid te jammeren. Geheel in symbiose en dementerend totdat ie aan zijn laatste eindje toe was. 

    meisje lust muisjes

    Gestreept meisje

    Bij mij zijn dieren zijtjes of hijtjes, gender-perikelen zijn nog niet doorgedrongen. Bij een kennis van me is een kat altijd een hij en komt hij niet op schoot. In het voorbijgaan wordt er een enkele keer een robuuste aai gegeven en ’s nachts moeten de mannen (ook het gestreepte meisje) naar buiten. Bij mij moesten ze dan juist naar binnen, onder moeders paraplu. Wij delen wel de mening dat dierenartsen grenzeloos zijn in het helen en vervolgens uitdelen van facturen. En dat zij hun taak verzuimen, sommige baasjes te limiteren om een vermogen aan de darlingen te spenderen.  

    What’s next?

    What‘s next na vegan? Gaan we na de dieren ook de planten als leven met gevoel zien? En kunnen groenten en fruit dan ook niet meer op de dis? 30 jaar geleden leerde ik eens samen met een vriendin macrobiotisch fonduen met wilde (on)kruiden, gegierd van het lachen hebben we nadien om die karige macrobioten. Het leek een ver-van-mijn-bed-show om dit voor de fun te doen op de zaterdagavond, elk met een emmer water vol voorjaarsakeliet, speenkruid en daslook onder de tafel. Met een Japans tempurabeslagje heel goed te doen. Vandaag at ik iets dergelijks bij de Herbivoor, een vegan restaurantje in de binnenstad van Groningen. Heerlijke aubergines met een krokant laagje kikkererwtenmeel. Ga ik na maken, heb meteen het meel gescoord en mijn gast aan tafel mag straks proeven.

    Of maken we van vegan de overstap naar leven van alleen licht, zoals ik van enkele graatmagere kennissen weet? Als ik al over hen vertel kom ik ongeloof tegen, men denkt dat het niet mogelijk is en dat deze mensen stiekem toch eten. Het gaat hen om de vrijheid die niet-eten biedt. Ze lusten wel een wijntje trouwens, en hollen soms naar de winkel voor een sappige kiwi en dat pleit wel voor dat dieet. Waar blijft het gezellig samen tafelen, toch een mondiaal en bij alle volken ingebakken en gekoesterd ritueel.

    De hamvraag

    En dan nu de hamvraag: Als we vanuit principe geen dieren meer eten, wat schotelen we dan in godesnaam onze huisdieren voor? 

  • Sjeik op visite in mijn B&B

    Sjeik op visite in mijn B&B

    Toen ik mijn Van Goghje kocht (mijn huis), nu 12 jaar her, wist ik zeker dat mijn katten gebeiteld zaten, mijn pubers en ik allen maximum privacy kregen en dat ik ooit de benedenverdieping voor multi-doeleinden zou gebruiken. Inmiddels zijn de poezen onder de grond en mijn kinderen ruim uitgevlogen. De benedenverdieping heeft reeds vier studenten geherbergd, en biedt nu ruimte aan mijzelf als raadsvrouw in de combi met de verhuur als appartement. Ik begeef mij in de wereld van Bed & Breakfast, maar dan zonder dat ontbijt. Eerst bij Booking.com, waar ik vooral zakelijk publiek trek en sinds kort ook bij het alom bekende Air B&B. Die laatste brengt een nieuwe wereld met bijzondere belevenissen bij mij thuis.

    Sjeik in mijn B&B

    Korting op korting in de B&B

    Je moet referenties scoren, dat is halszaak numero uno, versta ik inmiddels. Kortingsacties bieden in leuke verpakkingen, helpen mij daarbij, vinden beide platforms. De eindejaar-aanbieding is aldus geweest en nu is de krokusbrul op het menu, prompt reageerde een man uit de Verenigde Emiraten. Korting op korting, ik had het nog niet goed begrepen maar ik dacht ‘aannemen’ deze vraag. Een volle week voor een habbekrats tikt toch aan, hoewel ik niet tevoren wist wat de impact zou zijn. Een boekje open…

    Zijn dat schone lakens?

    ‘Ik kom alleen als ik gratis voor de deur kan parkeren’ eist de Arabier. Dat lukt met enig gepuzzel, de gemeente Groningen voorziet mij van een luttele 16 uur per week bezoekersplek, tegen betaling let wel. Hij appt dat ie in de straat is en ik open gastvrij en met dito glimlach de voordeur, kom hem op straat tegemoet, twijfel even of de Sjeik misschien bij de koffers geholpen blieft te worden, corrigeer mijzelf met de gedachte dat dan het end zoek is voor me. Gehaast stormt de man in dik donsjack binnen, neemt het bed in ogenschouw en roept dreigend: “Zijn dat schone lakens?” Bij de woonkamer/keuken wil ie eigenlijk meteen mijn welkomstpakket weigeren in de vooronderstelling dat ie daarvoor zal moeten betalen. Hij komt tot rust als ie begrijpt dat het echt mijn welkom is. ‘How kind’ engelst ie verwonderd. Tijd om langdurig in zelfgenoegzaamheid te zwelgen krijg ik niet, binnen het uur nadat ik hem zijn etage laat, whatsappt hij dat hij het koud heeft en dattie mogelijk beter een hotel kiest, als ik hem niet rap van extra warmte voorzie. Nee, fleece-dekentjes is niet zijn ding, zegt hij resoluut. Een extra kacheltje heb ik niet, gelukkig niet, denk ik terwijl ik de elektranota omhoog zie schieten, maar ik zet de boel op hoog. Dag en nacht de CV op permanente loeistand, opdat mijn gast op teenslippers en in T-shirtje met op bed slechts een lakentje over, doet alsof ie thuis is.

    Parade in badjas

    Deze man is mij wat overkomen en net in een druk sociaal weekend, want ook dochter met vriend zou komen. “Wat?” zegt mijn prinses “Moet ik in het kantoor op een luchtbed?” Tja, degradatie valt niet mee, de Sjeik gaat voor dit keer. Een nachtje slaap doet wonderen, emoties luwen en het begrip krijgt meer stem. Lief en ik scharrelen wat prettig beddengoed bijeen, zodat de prinses tevreden is. Blijft over hoe we met ons allen de volgende ochtend gaan poedelen, de badkamer is van de sjeik namelijk. Geen punt oppert zoonlief, die op vijf autominuten afstand woont, in een eenkamerappartement met riante badkamer. We kunnen bij hem koffiedrinken en ik voorzie een parade van 4 in badjas, met handdoekje over de schouder geslagen uit mijn babyblauwe Twingo buitelen, over de studentengalerij naar de koffie en douche van mijn oudste.

    Al bijna 40

    De Arabier heeft interesse in onze Nederlandse gewoonten en dat siert hem en opent mijn hart. “Waarom moet je in het stadscentrum parkeergeld betalen, waarom ook op donderdagavond en waarom worden jullie gedwongen op de fiets te gaan?” Het leidt tot een gesprek over sustaineble footprint, hoewel hij dat totaal niet vat als het gaat om zijn behoefte aan warmte. Een brug te ver snap ik. Hij is al bijna 40 zucht hij, dus hij denkt dat hij niet meer kan wennen aan onze makkes. Ik zwijg over onze ideeën als – 60 is het nieuwe 40 – etc. Een brug te ver.

    Anyway, de kop is eraf bij Air B&B, een enerverende kennismaking met een andere cultuur. De wereld bij mij thuis. Het wordt mijn voorland de komende jaren, ik naar de wereld en de wereld bij mij.

    Stijn, feb 2019

  • Brutaal

    Brutaal

    ‘Wat brutaal’ sprak de aristocratische dame veroordelend, nadat ik had gevraagd of ze klaar was met haar monoloog. Het gesprek was vanaf het begin verkeerd ingestoken en er was geen goedmaken meer aan. Sterker nog, ik was er klaar mee en ik drukte haar en ons nare telefoongesprek weg. Ik was die morgen pas begonnen en installeerde nog mijn hebben en houwen. Schraapte mijn keel voor een geolied “Goedemorgen, afdeling service, u spreekt met Stijn, wat kan ik voor u doen?” Als zorgadviseur werk ik een aantal maanden voor een Verzekeringsmaatschappij die de Mensch hoog in het vaandel zegt te hebben en van oorsprong een coöperatie is zonder winstbejag. Dat deze visie niet in alle gelederen terug te vinden is, zal zich ergens wreken. 

    Hooghartig

    Zo in ieder geval bij deze hooghartige klant die meteen na mijn goedemorgen van wal stak, door mijn naam te willen weten met voor en achter om dit te noteren voor later als bewijs. Mijn achternaam geef ik niet sprak ik, wijzer geworden door een langdurige gezellige koutpartij van eerder met een gepensioneerde 80-er die zich verveelde in zijn werkkamer en graag erudiet met mij wilde sparren. Voor zulke gesprekken hang ik met genoegen ‘de gemiddelde afwerktijd’ aan de wilgen, waar mijn baas mij op monitort. ‘Waarom niet?’ sprak ze gespeeld verbaasd. In verband met mijn privacy weerlegde ik haar tegenspraak. Nou, daar had ze nog nooit van gehoord. De toon was gezet, enfin ze had drie vragen. Die ik noteerde. Ze nam een hoorbare ademteug en er kwam een monoloog van Jetje, waar ik als doorgewinterde zorgadviseur meteen doorheen prik, door het gewenste antwoord te geven. Maar daar was mevrouw nog niet aan toe. Op mijn beleefd geformuleerde “Mag ik u even interrumperen?’ gaf ze antwoord door de monoloog verder op te pakken.  Nadat ik haar met gespeelde beleefdheid uit had laten spreken, kwam mijn onsterfelijke “Bent u klaar?” En de rest is geschiedenis.

    Tweederangs

    Ik heb veel jonge collega’s, veelal studenten die een centje bij verdienen tijdens hun studie en zich op de meest onmogelijke uren laten inzetten,. Daarmee vullen ze de gaten van de klantenservice die door de moederorganisatie is ingehuurd. Er zijn nogal wat van oudsher ambtelijke organisaties, die het gebrek aan klantvriendelijkheid in de eigen gelederen zo en ook zo goedkoop mogelijk, oplossen. Je voelt je een tweederangs personeelslid dat voor een habbekrats wordt uitgebuit. Het kostte me zeker twee maanden verontwaardiging om dit los te laten en het plezier dat je kunt hebben van goede gesprekken en betekenisvolle hulpverlening, de overhand te verlenen. Ik ken nu het klappen van de zweep van ons nieuwe zorgstelsel, breek me de bek niet open. Het is gelukt hoor premier Rutte, we hebben meer feeling en verantwoordelijkheid gekregen voor de kosten van de zorg. Maar wel tegen een prijs die niet mals is. Vele mensen snappen er geen lor van en kunnen de kosten niet dragen, zij steken zich diep in de schulden de deurwaarders varen er wel bij. Was dat nu de bedoeling? 

    Mijn moyenne

    De jongere collega’s munten uit in het snel afwerken, ze kunnen het soms in de helft van mijn tijd. Gelukkig doet ook de klantentevredenheid mee, daar scoor ik dan weer maximaal op. Hoewel de dame die ik wegdrukte, vanzelfsprekend haar gram haalde door een klacht in te dienen om mijn moyenne te drukken. Mijn coach van 25 kwam voorzichtig informeren of ik me het gesprek van 12/12 om 12.00 uur nog herinnerde. Ja hoor, dacht ik, het was volle maan en ik kon haar wel schieten. Maar ik sprak diplomatiek: Zeker weet ik dat, het boterde volkomen niet tussen ons. 

    Stijn, december 2019

  • Krijg ik mijn steunzolen vergoed?

    Krijg ik mijn steunzolen vergoed?

    Er is iets misgegaan met de foto, sprak de man. Het gaat om de steunzolen van mijn vrouw en ik krijg de nota niet geup-load. Maak er een pdf-je van adviseer ik in mijn rol van callcenter medewerker van een grote verzekeringsmaatschappij. De menselijkste die er is, tenminste dat wordt gepredikt. Vanaf september laaf ik er mijn nieuwsgierigheid en behoefte aan nieuwe ervaringen. Vier maanden lang draag ik mijn steentje bij aan het nieuwe zorgverzekeringswezen.

    Ziekenfonds

    De overstap van ziekenfonds naar dit calculerende systeem waarin we met ons allen meer verantwoordelijkheid dragen, is geen sinecure, kan ik je verzekeren. Het gaat veel mensen boven de pet. De oudere mens voelt zich gepakt en bijt zich vast in Vadertje Staat met boegbeeld Drees, die de AOW uitvond: daar is voor betaald en ze hebben er recht op. Jongeren komen meteen ter zake en vragen naar hoeveel recht op fysio ze nog hebben, de calculator ratelt op de achtergrond voor een inschatting welke verzekering volgend jaar slim is. Mijn studerende kinderen verzekerden zich eens per drie jaar stevig, om dan hun gebit een grote beurt te kunnen laten geven. Onze veelal allochtone medemens stort zich, zonder hier weet van te hebben, in de schulden en de betalingsregelingen. Vastgeroest in het idee dat de Nederlandse bomen tot in de hemel groeien. Onze afdeling debiteuren vaart er wel bij, een uur in de wacht is doodgewoon eer mijn collega een klant verder kan helpen bij het dempen van de spreekwoordelijke put waar het kalf reeds lang verdronk.

    Pensionado

    Mijn steunzolenman blijkt een charmeur van de oude stempel en hij mist zijn vooraanstaande positie uit glorieuze jaren in een supermarktketen. U hebt vast mijn leeftijd gezien, verontschuldigt hij zijn falen omtrent het mislukte uploaden van de foto van de nota. Ik spiek en zeg oprecht dat ik die 80 jaar niet aan zijn stem had gehoord. Dat zet de man op mak op de spreekstoel, nadat we het euvel van de foto hebben opgelost en hij daarmee de vergoeding van de steunzolen van zijn vrouw heeft veilig gesteld. 

    Verboden terrein

    Het gesprek komt op zijn werkkamer in huis, verboden terrein voor zijn echtgenote. Zo kan hij onbespied een jenevertje achterover slaan… en met receptioneel vrouwvolk, tekortkomende aandacht oogsten, zo blijkt. Hij vertelt dat hij het digitale tijdperk heeft weten te omzeilen in zijn werk, hij was de enige manager die zijn secretaresse mocht houden, klapt hij vertrouwelijk uit de school. Hij verontschuldigt zich voor deze niet emancipatoire opmerking, maar het klinkt als een wat guitige banale ouwe jongens grol. Het gesprek gaat van de furore van zijn werk van ooit in de Achterhoek, waar zijn digitaal bedreven opvolgers hun neus nu voor ophalen, naar zijn hartproblemen van nu, zijn sportieve activiteiten die dat hartfalen moeten compenseren, van fietsroutes via knooppunten naar dat hij eens een kadootje kreeg van een collega van me, bij een ander bedrijf, vanwege het geanimeerde gesprek. Daar kan ie bij mij naar fluiten, weet ik. Na een half uur wereldleed en de fouten van mijn organisatie op de hak te hebben genomen, nemen we afscheid. De man blij met een goed gesprek en het gevoel dat hij er nog toe doet als man en ik geamuseerd over de handel en wandel van deze man in pensioneringstijd. Is er nog leven na gedane arbeid? Wat een verschil tussen het leven van hem en dat van zijn faciliterende vrouw, mijmer ik later. De enige vrijheid van ooit vertaalt zich nu in die studeerkamer waar een doos jenever verborgen staat en zijn vrouw niet mag komen stoffen. 

    Stijn

    oktober 2019

  • Bladblazers

    Bladblazers


    7.29 heit de klok geruisloos zonder dat ik er weet van heb, want ik lig mijlen ver in dromenland. Precies het goede domein voor een avondmens als ik. Het schijnt bewezen dat avondmensen intelligenter zijn dan andere soorten, wetenschappelijk bewezen support voor mijn bioritme. Laat ik dit keer eens de wetenschap omarmen.

    7.30 uur en de wereld staat op z’n kop, mijn schaapjes hossen wreed door een verloren land, de witte voetjes struikelen in spagaat, de ogen wanhopig verwilderd en verre van zoet. Het tij van de bladblazer is onherroepelijk gekomen en treft mij in weerloze staat.

    Je moet weten dat ik op een hemels plekje woon. Een rustige straat met uitzicht op het Reitdiep, zalig vaarwater voor vliedende meermasters die naar het wad willen of een rustplek in de Noorderhaven als zij van de andere kant komen. Een genot voor het oog en oor als deze jongens dralen voor de brug, totdat de burgwachter het belieft doorgang te verlenen. Schippers hebben alle tijd. Water geeft rust. Ik koekeloer naar het vaartuig tussen twee grote flats door, een daalders plekkie voor hartje centrum van de mooiste stad van het noorden. Sorry Friezen, Ljouwert is leuk, maar haalt het niet. Die flats, daar gaat het nu even om. Een samenballing van bewoners bijeengepakt op luttele vierkante meters, het grijs en het groen in beheer tegen servicekosten. Daar wordt nadrukkelijk bewezen dat die centen goed besteed worden en dat er voor gewerkt wordt. Mannen moeten kabaal maken als ze doen. Opdat anderen, vrouwen vooral, zien dat zij betekenisvol zijn en er toe doen. Ik doe dus ik besta!

    Ook voor particulieren is de bladblazer een hype geworden. Vele mannen gaan op zaterdag, voordat ze de bolide door de wasstraat doen, bladblazen. Hun tuin wordt gekuist van blad en andere ongerechtigheden. Hoewel ik zelf meer van de Franse slag ben, ook in mijn tuin en die stijl ook de natuur recht vindt doen, wil ik het wel laten dat een ander er een buitenkamer van maakt met Gamma-zithoek en loungekussens. Een inmiddels ex-buur presteerde het om als nieuwkomer alle groen en bloei eruit te slopen, het gehele buiten vervolgens te laten betegelen, om er een immense tuindekkende vierkante parasol te plaatsen en een dito immense tafel met acht plastic stoelen en een barbeknoei. Zo, thats it. Lekker onderhoudsarm, niks meer aan doen. Hoppa, kom maar door met die karbonades. Hoe men zijn tuin wil inrichten en onderhouden is niet mijn zaak, maar wel de herrie waarmee het gepaard gaat. Die reikt over de schutting en teistert mijn woongenot. Vluchten kan niet meer, het liedje van Frans Halsema en Jenny Arean popt geruisloos op in mijn herinnering. Het heeft inderdaad ook geen zin om naar het platteland te vlieden en daar een buurtloze rust te vinden. Daar zijn er de gierende boeren die bedrijfsmatig hun land exploiteren, met denderende tractoren langs de kortste weg naar hun land scheuren, van boerderij door dorpskern naar hun met landbouwgif te managen industrieterrein. Het domein van mijn lief is mij inmiddels bekend. Een bio-boer geeft ons wellicht soelaas, maar is nog te mondjesmaat vertegenwoordigd. 

    7.30 uur dus, de machine gaat aan. Ik probeer nog met de ramen dicht, maar de herrie gaat door elke kier. Een tuinman vermomd als maanmannetje houdt zijn slurf vooruit, oordoppen op en gaat een paar uren los op het parkeerterrein van de flat. Alle sprietjes, wilde anemonen, fluitekruidjes en meer natuur worden zonder pardon onderuit geblazen en netjes op een hoop bijeen gestuwd. Urenlang zit de buurt in de herrie van de bladblazerij voor het grotere doel, nl. een effen grijs parkeerterrein. Is er een recht op stilte? Als ik opgestaan ben en een kopje koffie heb gehad, ga ik even in gesprek met de pseudo-tuinman. Hij snapt mij wel en verwijst naar de vier bazen boven hem… Hij refereert ook nog naar het ecologische beheer dat een beetje in opkomst is, maar nog niet doorgedrongen bij de mainstream en ook niet in zijn bedrijf. De opdrachtgever van de baas van de baas van de maanman vindt het naar voor me, maar het is niet anders. Hun machines voldoen aan de normen en er is een opdracht tot ruimen gegeven, dus alles is rond.  Is er een recht op stilte? De ouwerwetse tuinman die leunde op zijn schoffel, ik wil um terug!

    Stijn

    september 2019