Er bestaat een apparaatje dat geluid geeft met een dusdanig hoog trillingsgetal dat het muizen op de vlucht jaagt, evenals muggen, wespen en zilvervliesrijst uh zilvervisjes.

Vocht en warmte

Ken je die laatsten? Ze houden van vocht en warmte en dus mijn benedenverdieping. Want ooit was de bodem van mijn huis een rivierbedding en huisde er een scheepswerf. Ik ben een viking en dus moet ik water nabij hebben. Het liefst het ruime sop maar ik neem genoegen met het Reitdiep, de rivier die Groningen en het wad verbindt. En neem de visjes op het droge voor bijna lief.

Op een mooie zomerdag doe ik de schuurdeur open om mijn fiets te pakken en sta vervolgens aan de grond genageld, oog in oog met een beest dat op de grond zit. Bruine kralen staren mij aan, ik deins achteruit en gooi de schuurdeur dicht. Met de bibber in de benen trek ik mij terug in huis voor een plan de campagne. Wat is slim? De idee├źn buitelen koortsachtig over elkaar heen, in crisis ben ik op mijn best, en de optie om het beest de vrijheid te geven wint. Ik trek de stoute schoenen aan en struikel naar buiten. Steegdeur alvast open voor een snelle vluchtroute, hoppa de schuurdeur voor het gewraakte monster open en ik zoef de steeg in, linea recta naar vriendin Jeannette die nabij woont.

10 maal naaktgeboren

Bij haar doe ik mijn verhaal. Gierend van de lach liggen we onder de tafel, de ultieme vorm om angst te verteren. Wij speuren het internet af om de naam van het dier te achterhalen. We vermoeden een enge steenmarter of een minstens zo griezelige bunzing en ik krijg een visioen van een nest met jongen in de stellingkast van de schuur. Een hol gegraven in een bouwemmer gevuld met nestmateriaal en zaagsel en ander noem maar op. En dan daar 10  maal naaktgeboren in, 10 wurmen en een moederhart tot de dood ons scheidt. Die schuur kan ik voorlopig op mijn borst schrijven. 

Eens moet ik terug en dat moment was nu. Voorzichtig kijk ik om het hoekje, de vluchtroute naar de steeg weer wijd open. Gelukkig de schuur blijkt leeg, ik sluit de deur en verschans mij vliegensvlug, veilig achter het keukenraam. Al gauw zie ik het beest struinen door mijn tuin op weg naar de buren. Sneu voor hen, maar ik haal weer voorzichtig adem. Hij is trouwens kleiner van stuk dan gedacht. 

Ahum

Even later komt de buuf naar buiten en loopt linea recta op het beest af. Met kirgeluidjes roept ze mijn monster! Ik durf achter het glas vandaan en vraag verbouwereerd of zij het beest kent. Het blijkt Freddie, de tamme Fret van de jonge buurtjes achter ons, ontsnapt en vermist. De jonge moeder wordt erbij geroepen en zij drukt de engerd blij verheugd aan haar borst. Of ik hem ook ff op de arm wil? Ahum ik dacht het niet! 

maart 2020

Stijn