In Spanje zag ik ze voor het eerst. Ouderen die hun boodschappen-trolley als rollator gebruikten. Slim verzonnen! Je maskeert je ouderdom en toch heb je steun. Multifunctioneel. Da’s nog es wat anders dan de rollende Mercedes, die mijn ouders voort laten gaan.

Gisteravond slenterde de man van midden 40 nonchalant over de stoep langs mijn huis, een mobiel in de hand en actief in gesprek. De schemer trad in en ik deed mijn lichten en kaarsjes aan en zodoende viel mijn blik op hem. Breedgeschouderd, vol postuur, donkere krullen en van Indiase komaf, schatte ik in. Wat niet klopte in het plaatje was de nonchalante trolley achter hem aan rollend. Was het een Samsonite geweest of iets van dien aard, had mijn haan er niet naar gekraaid. Maar het was het goedkoopste boodschappenkarretje voor ouderen ooit. Eens had het een helder rood ruitje.

Geamuseerd keek ik naar de verdere gang van deze zogenaamde man van de wereld. Goed toneelspel maar een fout rekwisiet. Zijn loopje eindigde in de nis voor fietsen in de flat De Schoener, schuin tegenover mijn tussenwoning. Er staan 5 flats op rij in mijn straat, met bootnamen. Ik woon tussen Schoener en Tjalk in en kan ook nog net Coaster zien als ik op mijn tenen voor het uiterste puntje van mijn raam sta. Alsof ze aan het Reitdiep gemeerd liggen, waar ik op uit kijk zo tussen die flats door. Ik heb een haat-liefde verhouding met die flats en dat komt vooral omdat de beheerder voortdurend bedrijven invliegt die met monstrueuze herrie de servicekosten waar maken. En altijd bij het ochtendkrieken als een nachtmens als ik, nog niet taal naar de dag. Grootschaligheid het deugt niet, we weten het sinds Corona.

De man verschanst zich in de nis, ik weet nu zeker dat hij daar een schuilplek voor de nacht zoekt. Ik kijk voor mijn raam en zijn blik en de mijne vangen elkaar. Telkens zie ik hem gluren naar mijn raam om te zien of ik hem nog weet. Mijn gedachten voeren tweestrijd. Het kleine meisje vind het eng en wil hem weg en het moederhart zwelt en gunt deze man een veilige slaapplek. Hij zal vlak onder de vermaledijde beheerder slapen, net goed, mijn rebelse stem wint. De beide buurtjes zullen met hun slaapkamers bijna naast hem verkeren in dromenland, daar waar ik driehoog boven mijn hele straatkant uit tuk. Ik waarschuw mijn naaste buren, met mildheid over de waarschijnlijke bedoelingen van de man, over zijn nabije aanwezigheid. Ik doe de lamp bij de voordeur aan, als ik vertrek voor de nacht, voor het meisje.

En de volgende dag leven we allemaal nog. De nomade heeft vast een goede nacht gehad.