Op de kaart staat: een gelukkig nieuw jaar gewenst, ondanks dat je gisteren de muziek te hard had staan. Een boodschap uit een verleden, van een vorige buurvrouw eens, staat in mijn geheugen gegrift en tovert elke keer dat ie oppopt een geamuseerde glimlach op mijn hoofd. Dezelfde dame vond dat mijn zoon te hard op de trappen stampte. Zij werd later opgevolgd door een buurman die mij teveel kabaal maakte, hij speelde piano en hield van de Beatles, als zijn vrouw van huis was, dansten zijn mu(i)zen.
Buren bij de vleet
Zoals je weet, ben ik verhuisd naar een flatgebouw waarin veel meer buren zijn dan ik ooit gewend was. Boven, onder en naast mij ter linker en rechterzijde. Horizontaal is alles picobello, geen decibel te klagen. Ook van onderen niets aan het handje en dat had ik zelf in de hand. Ik zorgde voor een ondervloer en een parket van linoleum met een kurklaag. Maar dan nu mijn bovenbuurvrouw. Zij is de kwestie.
Gejakker over mijn plafond
Het duurde een tijdje eer ik de oorzaak wist van mijn ergernis over luide gesprekken en gestommel in de slaapkamer en het gejakker over mijn plafond. Samen met mijn buurvrouw kwam ik erachter door te vragen wat zij en ik gemeenschappelijk hoorden. Zij heeft een nieuwe op hakjes trippelende bovenbuurvrouw met een zoon die hard praat. Ik heb zo blijkt een dove vrouw van 90 lentes met een zware stem als een bouwvakker boven mij die meerdere keren per dag door de thuiszorg wordt geholpen. En die zorgverleners hebben haast en benen door het huis boven mij.
Op enig moment toog ik naar de vierde verdieping voor een heterdaadje en heb ik aangebeld, diplomatiek geef ik aan dat ik kom kennismaken. Dat stelt ze op prijs. Ik vertelde over de geluiden en dat ik alsmaar een man aan het woord hoorde. “Onmogelijk ” zei de dame op leeftijd assertief, daar zij gewoon met haar hulp aan het kletsen was. Twee vrouwen dus. En ik droop, misleid af. Tot ik haar met rollator eens in het wild beneden op straat tegenkwam en een gezellig praatje aanknoopte. Die stem! Geen kruid tegen gewassen en in de combi met doofheid dus niet te temperen.
Tien decibellen
Ik dook verder in de opties, ook in overleg met mijn verhuurder, de woningbouwcorporatie. Woningen en zeker appartementen in een flatgebouw uit de jaren zestig staan bekend om hun contactgeluiden via de betonnen vloeren. De beste preventie is een goede vloer waar op zijn minst een ondervloer met een minimale geluidsreductie van 10 decibellen is gelegd. De corporatie handhaaft het beleid alleen als er meerdere malen wordt geklaagd, zo word ik gewaar. Ik voel mij bezwaard om dit bij deze buurvrouw die er al 40 jaar woont aanhangig te maken. Zij heeft haar langste tijd gehad, zou je denken. Die tijd zit ik wel uit, zo neem ik me voor. Als het voorland van rust dan maar zeker gloort. en dat wil ik veilig stellen maar dat gaat niet zo gemakkelijk.
Choose your battles
Zal ik het bestuur een brief schrijven en voorstellen dat de technische dienst bij inspectie ook bestaande vloeren meenemen, zodat voorkomen wordt dat malafide vloeren doorverkocht worden naar de volgende senior? Het is een senioren complex immers. Kan er standaard inspectie plaatsvinden op de vloeren? Als nieuwkomer ben je nog niet geheel geassimileerd terwijl dat bij de mensen die er langer wonen al wel geschied. Lastig om mijn buren op de barricaden te krijgen, zo heb ik al ervaren. Neem nou bijvoorbeeld het kolenhok. Ja heus, dat hebben wij nog, een relikwie uit de zestiger jaren, net als de schouw waar ik het eerder over had. Die schouw is fraai, maar dat hok is achterhaald. Het heet een balkon te zijn en het is voorzien van houten tralies aan de galerijzijde. Ik zie er alleen brood in om er een frituurplek of sauna van te maken. De meeste bewoners hebben er een schoonmaak werkplaats van gemaakt en het zo plek gegeven in hun huishouden. Willen het zelfs niet kwijt, zucht…. Luchten is wel een fijne functie van dit buitengebeuren, moet ik toegeven. Choose your battles carefully.
Ik zie af van het omgooien van beleid, wijzer geworden in mijn leven door eerdere pogingen tot revoluties. Ik ben niet voor niets begonnen als opbouwwerker, een beroep waarin de samenleving op de schop werd genomen en betrokkenen vaardig gemaakt om dit te doen. Even het onderwijs veranderen tot kansrijk voor alle lagen en net zo voor de zorg en woningbouw en ander maatschappelijk fundament. Pas later in mijn leven kwam ik het fenomeen ‘onbewust onbekwaam’ tegen en werd dat in de slotsom van mijn arbeidzame leven mijn focus en stiel: ik werd immers psychotherapeut. Gelukkig voor een beter toegankelijke groep, namelijk die van bewust onbekwaam, dat schept ruimte voor ontwikkeling.
Persoonlijk dealtje
Het werkt makkelijker als je een goede pers hebt en een persoonlijk dealtje kunt sluiten. Dat zint me niet zo, ik heb liever ergens recht op dan dat ik afhankelijk ben van een gunst. Bovendien laat ik anderen graag delen in de vreugde. Toch te vaak aan dode paarden gesleept en liever lui dan moe als pensionada kies ik nu voor de gemakkelijke weg.



