Is het mijn karma of dat van de smerigste stad van België, hoewel ik vermoed dat Luik de kroon spant als het gaat om vieze luchten en verkeersophoping. Het zal de ontmoeting van beide zijn. Antwerpen en ik, we hebben moeite met elkaar. Elke keer als ik naar Frankrijk ga is Antwerpen een rode vlag. In 2018 reed ik mijn versnellingsbak van de hagelnieuwe Twingo in de soep te midden van de permanente file. En afgelopen vrijdag op de terugreis van een fijne midweek Côte d’Opale raakte in mijn gele vierwieler, de motor oververhit. Bam zonder waarschuwing een rood lampje, dat ik herkende van eerder. Zonder enige ambitie ervoor, ben ik inmiddels thuis onder de motorkap. Net als de vorige keer sukkelen we in de meest linker rijbaan.

Rood lampje

We moeten eraf sprak ik, dit is dikke shit. Mijn reisgenote Caroline reageerde meteen adequaat. Ze draaide haar portier naar beneden, ging er half uit hangen en gebaarde naar de fellow automobilisten, let wel grote vrachtwagen-jongens. Gedecideerd en charmant creëerde zij ruimte, baan voor baan konden wij schrijlings opschuiven en de vluchtstrook bereiken om te parkeren tegen de vangrail aan. 

Charmante Caroline

Zij ruilde een baan als maatschappelijk werker waarbij ze voortdurend met de sores van anderen werd geconfronteerd in voor een meer proactieve rol. Ze heeft 3 kleine banen die gemeen hebben dat ze in de frontlinie werkt. Zo is ze bode voor een college van burgemeester en wethouders. En bij een sportschool werkt ze aan de balie. Haar derde baan ben ik even kwijt. Bovendien doet ze nog veel vrijwillig, haar inzet voor de joodse gemeenschap heeft me vooral geraakt. Vanuit mijn oude vak van personeelswerker weet ik hoe er soms neer gekeken en afgegeven wordt op frontoffice-mensen maar ik geef applaus. Zij vangen alle emoties en shit af, weten charmant te verleggen naar positief en juist zij krijgen zaken gedaan. Zij zijn de verbindingstroepen tussen klanten en de organisatie. Caroline is naast een positivo, een erudiete vrouw en zij snapt mensen en wat dienend is. Zij is een geschenk voor onze wereld.

Schuivend paneel

Routineus trok ik de motorkap eraf, ik heb een schuivend paneel. Kleeft ook ongevraagd aan mij, had ik ook bij mijn twingo. Hup schroefde ik de dop af van het koelwater reservoir, dat meteen het kokende water liet overstromen. Geen nood dachten we nog, we hebben gevulde waterflesjes. Inmiddels had ik geleerd dat je dat rustig kunt gebruiken bij gebrek aan officiële koelvloeistof. Maar subiet stroomde dat ook weg. Tja, wat nu. Terwijl ik over de motorkap stond gebogen, zag ik vanuit mijn ooghoek Caroline meerdere keren van achter de veilige vangrail, maar wel zonder verplicht oranje hesje, zwaaien naar voorbijgangers. Note to the self: Hesjes kopen. Wat bleek, naast betrokken onbekenden zaten daar ook onze medereizigers Ebel en Sandra bij. Er ontstond een app-hulplijntje: wat is loos?/we kunnen niet stoppen om te helpen/en laat de motor tot handwarm afkoelen. Nou dat laatste was een goede tip, maar handwarm-worden duurde eindeloos. 

Wegenwacht

Ik belde met onze eigen wegenwacht en legde de situatie uit. Ik bleek echter geen vinkje bij het buitenlandpakket te hebben gezet en de hulp reikte slechts tot onze eigen landsgrenzen. Ik vroeg nog even door aan de telefonist en hij zocht in zijn handleiding naar antwoorden. Het beste zou zijn om naar Nederland te rijden, dat was eigenlijk naar een klein stukje zonder die vermaledijde files. Dus koelen was de boodschap voor nu.

Redders in de nood

Ons water was op, maar daar kwam achter de vangrail, groen en sloot een redder in de nood. Een vrachtwagenchauffeur zou juist vertrekken en Caroline gooide haar charmes in de strijd om de man ons water toe te laten gooien. Wat uiteindelijk fantastisch lukte: de man, hij speelt vast basketbal, gooide met een mooie boog de felbegeerde literfles voor de voeten van Caroline. Met kushandjes en nog meer charmant enthousiasme bedankte ze onze redder, die zijn cape nog niet af wilde doen. Ook zijn water nam mijn gele jongen tot zich en liet niks over. De redder vroeg of er onder de auto water droop, ergo: lekt het systeem? Nu ja dat was moeilijk te zeggen. Er was inderdaad een stroompje, maar kwam dat nu van het overkoken of van een lek? Anyway, we besloten dat de man wel gelijk zou hebben (note to the self: niet weer doen) en belden nu de Belgische Wegenwacht, die ons via 112 naar de politie door naar een bergingsjongen verbond. Hulp in aantocht dus, maar het zat mij niet lekker. Verdorie, dit kan ik selluf dacht ik. Mijn gele vierwieler heeft wat extra zorg nodig maar in den dop istie goud. Niks mis mee, niet iets laten aanpraten. Voor de vierde keer vulde ik het koelwater bij, tot de bodem van de laatste fles. En dit keer bleef het staan. Hop het deksel erop en idem de motorkap en gaan. Over de vluchtstrook met knipperend noodlicht reden we, terwijl Caroline 112 liet weten dat we geen hulp meer nodig hadden. Al na 50 meter konden we er af en bereikten een onbemande benzinepomp met veel parkeerruimte. Hehe hapten we beiden naar lucht. Charmante Caroline en ik. Nu had zij een missie: water halen. Ik ontmantelde alvast de motorkap. 

Costo de Griek

Het duurde even eer zij met haar nieuwe redder terug kwam. Dit keer met Costo, een Griek die bij Boels werkt en notabene 7 talen sprak. Ja een man moet zijn talenten etaleren natuurlijk. In Boels hadden ze al onze reservoirs met water gevuld en had de man niet van haar zijde geweken. Had haar handtas vastgehouden terwijl zij even toiletteerde en op zijn verzoek haar handen hygiënisch gewassen vanwege de Corona-regels. Ze kwamen nog net niet gearmd terug maar toch wel heel innig. Hij schudde mij de hand en we gingen in overleg. Ik gaf aan uit het filerijden te willen waarna hij tipte om richting Rotterdam over Zeeland te rijden. Dan zouden we alle hommeles van Antwerpen afschudden. 

Truc

En zo geschiedde. Het bleek druk onderweg en een aantal keren volgden we het advies van de navigatie op om drukte te vermijden en daar waar dat onvermijdelijk was, pasten we de truc toe die Google ons bood: Verwarming en blower op hoogste stand, zodat alle warmte van de motor afgeleid werd naar binnen. Beetje afzien voor ons, Caroline kon de voeten nog omhoog trekken en mijn enkels konden de hitte net managen, maar het open dak en de ramen open compenseerden maximaal. Gelukt dus.

Trots op ons

Caroline leerde op deze reis navigeren als de beste, ik leerde naar mijn intuïtie te handelen. Het was een groot spannend avontuur en we did it. Samen, met de inzet van onze eigen kwaliteiten. Dankbaar voor de mannen die ons ter zijde stonden. Trots op elkaar en op onze samenwerking. 

Thuisgekomen neem ik het restje Rosé tot me, mee genomen uit Frankrijk en op reserve in mijn hoofd gehouden als mogelijke koelvloeistof. Warm van de reis maar dat geeft niet. Rest er nog een duiveltje, krijgen we nog een rekening van de bergingsmaatschappij die wel uitrukte maar geen dames meer aantrof? Duim je mee van niet?

Stijn 3 juli 2022