In mijn studententijd, lang geleden werkte ik als serveerster in een pizzeria. Pizzeria Antonio in Leeuwarden. In de weekenden ging het er verre van sloom aan toe en rende ik mij de benen onder mijn gat uit om samen met Kenneth en Carolien de gasten te bedienen van pizza’s en lasagne. In de keuken stonden Roberto, gevlucht voor een door hem bezwangerd lief uit Sardinïe en de wat minder geletterde maar heel aardige Gianni. Antonio zelf zat meestal op de barkruk de boel in de gaten te houden. Het was een leuke tijd, aan het einde van mijn dienst kwam mijn vriendin Carla mij ophalen om de pas verdiende centjes weer te laten rollen in het uitgaansleven. Doordeweeks kwam het voor dat het erg rustig was. Er passeerde zo weinig dat je sloom geworden, zelfs bij het beetje dat er moest geschieden, de kantjes eraf liep. Zo kon het gebeuren dat ik eens klanten bij binnenkomst een hartelijk welkom toeriep en bij vertrek zonder verder contact te hebben en zonder enige versnapering, weer een goede avond toe wenste. Ik was ze compleet vergeten en zij hadden waarschijnlijk zo de smoor in dat ze zonder boe of ba te zeggen, vertrokken.

Portugal

Zo’n dag had ik ook gisteren. Ik ben nu twee volle weken in het mooie Portugese San Bartholomeu de los Galagos, een gehucht met een prachtig kerkje en welluidende klokken en er gebeurt hier hoegenaamd niets. Ik laat Pieneke, de half blinde en stokdove 13 jaar oude buitenhond uit, s’-ochtends en s’-avonds. Mijn schoot laat ik bezetten door de oude binnenkater Pow Pow en ik houd zijn water en voederbakjes op peil. Af en toe een streepje medicijn voor de vertering in het bekje stoppen, zodat ie wat minder kotst. In de middag slof ik naar het buurtcentrum naast de kerk waar ik dos cerveza sensa alchohol koop en als ik gek doe ook een doosje Pringles. Om 18.00 uur doe ik de pelletkachel aan en om 10 uur weer uit want dan roept het bed dat ik met een kruik heb voorverwarmd.

Travel light

Gister doorbrak ik de routine door naar de naburige stad te gaan, omdat de koffie op was. Hup met de bus op avontuur. Ik kocht een flesgroene trui, ter vervanging van de enige trui die ik voor de zekerheid in mijn minikoffertje, want ik houd van travel-light, had gestopt en die ik te heet had gewassen. Flesgroen kleurt goed bij mijn ogen, weet ik. Eindelijk had ik de Ekoplaza van Portugal gevonden en crackers, koffie en nog wat ditjes en datjes afgerekend, ging ik hoppa linea recta weer in de bus retour mijn dorp opzoeken. In de bus zag ik mijn dorpsgenoot met wie ik in het bushokje had zitten wachten en ik volgde nauwlettend haar bewegingen. Oh dus je moet op een knop drukken om de bus te laten stoppen, en je gaat er voor bij de chauffeur uit. Obrigado en Ciao!

Obrigado

Ik kwam goed thuis. Maar…mijn trui was niet mee gekomen, denk nog in de mand bij de Ekoplaza. Pfff. Vannacht had ik een lampje aan gelaten en ik vergat de fluitketel, mijn water voor de kruik droog gekookt. Sufkutterij, mijn hoofd is er niet bij. Puur zijn, ik was, dus ik besta 😉

Pieneke, éénoogig doof besje

Pieneke heb ik vanmiddag een keertje extra uitgelaten, ze kwam bijna niet in beweging. Ff bij het buurtcentrum aan een paaltje vastgeknoopt, ik zag dat ze dat nooit eerder had meegemaakt. Ze stond onwennig te wachten en het koekje als beloning kende ze ook niet, ze verslikte zich. Ik had al gezien dat het een dieseltje is. Ze komt langzaam op gang maar dan gaat ze als een speer. Maar beter geen inbreuk op de routine doen. Gewoon s’-morgens om 10.00 uur een lange ronde en s’-avonds weer met de tien in de klok de laatste ronde. Ik ben trots op haar, met haar enige oogje kijkt ze regelmatig achterom of ik er nog ben en als blijkt van niet, zet ze het op een holletje om weer met mij in de pas te gaan. Ze wacht zelfs bij iedere tweesprong om te kijken wat ik wil. Alleen het voorkomen van het opvreten van zelf gevonden mest op de paden, is een brug te ver.

Nada noppes te doen

Ik aard hier dus goed inmiddels. De eerste dagen was ik nog wat in de weerstand, hoe zou ik hier de dag door moeten komen met nada noppes niks te doen. Ik heb me over gegeven en ben van Netflix overgestapt op de goed gevulde boekenkast, ik lees De Hellefeeks van Van der Heijden. De Avonden van Reve en de Heks van Limbricht van Susan Smit liggen op de leesstapel. Ik begin inmiddels zelfs te wennen aan het continue geblaf en gejank van een naburige hond, vele viervoeters liggen aan de ketting en dienen als waakhond.

Nog niet aan toe

Ik geef me over aan peinzerij over bewustzijnsontwikkeling. En mijmer erover of het snobistisch is om te denken dat in contreien als Portugal, men toch bepaalde fasen door moet om bv anders naar dieren te kijken. Van een landbouwwerktuig en voedsel naar een gezelschapsdier of zelfs een medeschepsel op deze aardbol. Toen ik midden 30 was las ik eens een boek van Thomas de Moor en de inhoud kwam niet aan. Er was toen een juffie die mij adviseerde om het boek door te geven, aan iemand die er wel al aan toe was. Dat was de verkeerde tekst… Het is een kunst om compassie te hebben en respect voor het proces, zonder jezelf er boven te plaatsen.

Dromen

Het is een uitgelezen tijd om het verlies van mijn vader te laten indalen. Hij komt elke nacht in mijn dromen voorbij. Je verliest niet een 90-jarige schreef iemand mij, je verliest je vader. Precies zo is het. En wat ik niet had kunnen bedenken is dat de verhoudingen worden gereset, hij nam een markante plaats in. Wij waren erg op elkaar gesteld en konden elkaar respecteren in een fundamentele andere kijk op zaken. Blijft een ziel na de dood bestaan of niet? Ik wacht op een seintje van hem, hij mag hun klok laten bimbammen op een niet logisch tijdstip of zo.

Herinneren

Waarom vinden veel Nederlanders Portugal zo geweldig? Volgens een van mijn raadslieden omdat Portugal het derde reïncarnatieland is. Dat zou betekenen dat veel Nederlanders drie levens terug geleefd hebben in Portugal. Dat zou ook voor mij gelden en ik had er een fijn boerenleven. De herinnering zit blijkbaar zo diep geworteld in ons systeem dat we er graag terug komen.